ECLI:NL:PHR:2007:BA0862
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling feitelijkheden en poging tot diefstal bij seksuele dwang en woninginbraak
Verdachte werd door het hof veroordeeld voor onder meer het dwingen van een bijna 78-jarig slachtoffer tot het dulden van ontuchtige handelingen, gepleegd door onverhoeds binnen te dringen in haar woning en ondanks haar protesten door te gaan met de handelingen. Het hof oordeelde dat verdachte het slachtoffer door deze feitelijkheden dwong, een begrip dat de Hoge Raad bevestigt als een juiste uitleg van art. 246 Sr Pro.
Daarnaast werd verdachte veroordeeld voor poging tot diefstal bij twee andere slachtoffers, waarbij hij zich met een smoes toegang verschafte tot hun woningen en handelingen verrichtte die verder gingen dan enkel het vragen om gebruik van het toilet. De Hoge Raad oordeelt dat dit een begin van uitvoering inhoudt, waarmee de poging tot diefstal is bewezen.
De Hoge Raad verwierp de cassatiemiddelen van verdachte en bevestigde daarmee het oordeel van het hof, waarbij ook de context van de kwetsbaarheid van het slachtoffer en de gedragingen van verdachte werden meegewogen. De strafrechtelijke bescherming tegen ongewenste seksuele handelingen wordt hiermee bevestigd en uitgebreid tot situaties waarin het slachtoffer door feitelijkheden gedwongen wordt.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het hof dat verdachte door feitelijkheden dwong tot ontucht en dat sprake is van een begin van uitvoering bij poging tot diefstal.