ECLI:NL:PHR:2007:BA1644
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt strafoplegging wegens ontbreken strafmotivering in bedreiging met zware mishandeling
Op 12 november 2003 vond in Amsterdam een incident plaats waarbij verdachte met zijn auto dreigend op een toezichthouder afreed die hem een stopteken gaf. De toezichthouder sprong op tijd opzij en verklaarde dat de auto veel toeren maakte en hem bijna aanreed. Verdachte ontkende dit en verklaarde slechts langzaam achteruit te zijn gereden. Het hof Amsterdam achtte de verklaring van de toezichthouder geloofwaardig en veroordeelde verdachte voor eenvoudige belediging, bedreiging met zware mishandeling en het niet voldoen aan een vordering van een opsporingsambtenaar.
Verdachte stelde in cassatie dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom het zijn opzetverweer verwierp. De Hoge Raad oordeelde dat de selectie en waardering van het bewijs aan het hof is, en dat het hof de verklaring van verdachte en zijn bijrijder terecht terzijde had gesteld. Het hof had voldoende gegevens om het opzet af te leiden uit de bewijsmiddelen, waaronder de verklaring van de toezichthouder.
Echter, de Hoge Raad stelde vast dat het arrest geheel ontbrak aan een strafmotivering, wat een vereiste is volgens artikel 359 lid 5 en Pro 8 Sv. Dit gebrek leidt tot nietigheid van het arrest voor zover het de strafoplegging betreft. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak terug naar het hof Amsterdam voor een nieuwe strafoplegging met een deugdelijke motivering.
Uitkomst: Het arrest van het hof Amsterdam wordt vernietigd wegens ontbreken van strafmotivering en de zaak wordt terugverwezen voor nieuwe strafoplegging.