ECLI:NL:PHR:2007:BA2160
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toepasselijkheid motiveringsvoorschriften Nederlandse wetgeving op Antilliaanse en Arubaanse strafvonnissen
In deze zaak heeft de Hoge Raad zich gebogen over de vraag of het motiveringsvoorschrift van art. 359, tweede lid, van het Nederlandse Wetboek van Strafvordering ook toepasselijk is op strafvonnissen die in de Nederlandse Antillen en Aruba worden gewezen. Dit motiveringsvoorschrift verplicht rechters tot een nader gemotiveerde beslissing op uitdrukkelijk onderbouwde verweren.
De verdachte werd door het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba veroordeeld tot twaalf jaar gevangenisstraf wegens medeplegen van diefstal met geweld, waarbij de dood ten gevolge viel. In cassatie werd aangevoerd dat ten onrechte geen afzonderlijke gemotiveerde beslissing was gegeven op een bewijsverweer, waarbij werd verwezen naar art. 359, tweede lid, Sv.
De Hoge Raad stelt dat dit motiveringsvoorschrift sinds 1 januari 2005 geldt in Nederland, maar niet in de Wetboeken van Strafvordering van de Nederlandse Antillen en Aruba. Het concordantiebeginsel, neergelegd in art. 39 Statuut Pro, brengt niet automatisch mee dat Nederlandse wetswijzigingen ook in die rechtsgebieden gelden. De wetgever van de Antillen en Aruba heeft bewust gekozen voor een andere regeling, die als toereikend wordt beschouwd.
De Hoge Raad benadrukt dat concordantie slechts kan gelden indien de wetgever van het betreffende deel van het Koninkrijk geen bezwaar maakt tegen overneming van de norm of indien het gaat om een onontkoombare toepassing van een voor het hele Koninkrijk bindende verdragsbepaling. Dit is hier niet het geval. Het beroep wordt daarom verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen omdat het Nederlandse motiveringsvoorschrift niet van toepassing is op strafvonnissen van de Nederlandse Antillen en Aruba.