ECLI:NL:PHR:2007:BA2162
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt niet-ontvankelijkverklaring klacht tegen inbeslagneming honden wegens onjuiste druk bij afstandsverklaring
In deze zaak gaat het om de inbeslagneming van twee Siberische Husky's die schapen hadden verwond. Klaagster en haar vriend tekenden afstandsverklaringen voor de honden, maar stelden dat zij daartoe onder dwang waren gezet, omdat anders de honden gedood zouden worden. De rechtbank verklaarde de klacht tegen de inbeslagneming niet ontvankelijk omdat zij oordeelde dat de afstandsverklaring rechtsgeldig was en er geen sprake was van ongeoorloofde druk.
De Hoge Raad oordeelt dat de rechtbank onbegrijpelijk heeft geoordeeld dat klaagster niet onder ongeoorloofde druk stond toen zij de afstandsverklaring tekende. De wet biedt immers geen grond om beslagene te dwingen afstand te doen van rechtsmiddelen tegen beslag onder dreiging van vernietiging van het beslag. De rechtbank had onvoldoende gemotiveerd waarom de honden niet in bewaring konden worden gesteld in afwachting van een rechterlijke beslissing.
Verder oordeelt de Hoge Raad dat de rechtbank ten onrechte niet heeft getoetst aan de rechtmatigheid van de inbeslagneming, waarbij het verweer dat de inbeslagneming onrechtmatig was wegens het ontbreken van heterdaad niet expliciet is behandeld. De Hoge Raad acht de heterdaad in dit geval wel aannemelijk.
De Hoge Raad vernietigt daarom de bestreden beschikking en verwijst de zaak terug naar de rechtbank of het gerechtshof voor een nieuwe beoordeling van het hoger beroep.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de niet-ontvankelijkverklaring en verwijst de zaak terug voor nieuwe beoordeling.