ECLI:NL:PHR:2007:BA2495
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arbitraal vonnis wegens schending fundamenteel recht op hoor en wederhoor
In deze zaak stond een geschil tussen [eiser] en Anova centraal over een aandelenoverdracht en de daarbij behorende balansgarantie. Anova vorderde betaling wegens schade die zij meende te hebben geleden doordat pensioentoezeggingen niet waren vermeld in de overnamebalans. Het scheidsgerecht wees de vordering van Anova af en wees de reconventionele vordering toe. De rechtbank vernietigde dit arbitraal vonnis gedeeltelijk en verklaarde Anova niet-ontvankelijk in haar vordering. Het hof bekrachtigde dit vonnis.
De Hoge Raad oordeelde dat het scheidsgerecht het fundamentele recht op hoor en wederhoor had geschonden door zonder aankondiging een getuige van [eiser] te horen en Anova geen gelegenheid te bieden zich over deze verklaring uit te laten of zelf getuigen te doen horen (contra-enquête). Dit was in strijd met artikel 1039 lid 1 en Pro artikel 1065 lid 1 onder Pro e van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, die het beginsel van gelijkheid en hoor en wederhoor in arbitrageprocedures waarborgen.
De Hoge Raad benadrukte dat hoewel arbiters vrij zijn in bewijsrecht, deze vrijheid wordt begrensd door fundamentele procesbeginselen. Het horen van een onaangekondigde, partijdige getuige zonder de wederpartij de mogelijkheid te geven tegenbewijs te leveren, is onrechtmatig. Dit leidt in principe tot vernietiging van het arbitraal vonnis, tenzij de wederpartij afstand heeft gedaan van dit recht of geen nadeel heeft ondervonden. De conclusie van de Procureur-Generaal strekte tot verwerping van het cassatiemiddel, waarmee de vernietiging werd bevestigd.
Uitkomst: Het arbitraal vonnis is vernietigd wegens schending van het fundamentele recht op hoor en wederhoor.