ECLI:NL:PHR:2007:BA2552
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt recht op ontnemingsvordering na weigering taakstrafaanbod
In deze zaak ging het om een betrokkene die tijdens een TOM-zitting een aanbod kreeg om een taakstraf van 170 uur te verrichten om een dagvaarding te voorkomen. Betrokkene weigerde dit aanbod. Vervolgens stelde het Openbaar Ministerie een ontnemingsvordering in bij de hoofdzaak. De verdediging klaagde dat het OM niet had vermeld dat bij weigering van het taakstrafaanbod ook een ontnemingsvordering kon volgen, wat volgens hen in strijd was met de beginselen van een goede procesorde.
De Hoge Raad verwierp dit verweer. Het hof had geoordeeld dat het OM vrij stond om naast de strafzaak ook een ontnemingsvordering in te dienen, ook als dit niet bij het taakstrafaanbod was gemeld. De Hoge Raad vond dit oordeel niet onbegrijpelijk of onjuist en verwierp het cassatieberoep.
De Hoge Raad benadrukte dat een taakstraf als strafmaatregel losstaat van ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Betrokkene kon daarom niet redelijkerwijs verwachten dat het OM bij het doen van het taakstrafaanbod ook zou afzien van een ontnemingsvordering. Hierdoor werd het beroep op het vertrouwensbeginsel afgewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat het OM een ontnemingsvordering kan instellen na weigering van een taakstrafaanbod zonder voorafgaande melding hiervan.