ECLI:NL:PHR:2007:BA3035
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging machtiging voortgezet verblijf wegens schending hoor en wederhoor Wet Bopz
In deze zaak heeft de officier van justitie bij de rechtbank Arnhem verzocht om een machtiging tot voortgezet verblijf van betrokkene in een psychiatrisch ziekenhuis. De rechtbank verleende deze machtiging op basis van een geneeskundige verklaring en een toelichting van de behandelaar tijdens de zitting.
Tijdens de zitting heeft de raadsman van betrokkene gevraagd om te mogen reageren op een nieuwe verklaring van de behandelaar, maar de rechtbank weigerde dit met het argument dat de raadsman al tweemaal het woord had gehad. De Hoge Raad oordeelt dat dit een schending is van het beginsel van hoor en wederhoor zoals neergelegd in art. 8 lid 9 Wet Pro Bopz en art. 19 Rv Pro.
De rechtbank heeft namelijk een essentieel verweer verworpen op basis van een verklaring waarop betrokkene en zijn raadsman niet mochten reageren. Hierdoor is de beschikking niet rechtmatig tot stand gekomen en moet deze worden vernietigd. De zaak wordt terugverwezen naar de rechtbank Arnhem voor een nieuwe beoordeling.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking tot machtiging voortgezet verblijf wegens schending van het beginsel van hoor en wederhoor en verwijst de zaak terug naar de rechtbank Arnhem.