ECLI:NL:PHR:2007:BA3036
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en verwijzing wegens onjuiste voorlopige machtiging verblijf in niet-erkende BOPZ-locatie
In deze zaak gaat het om de vraag of een voorlopige machtiging tot voortzetting van verblijf van betrokkene in een locatie van de Willem Arntsz Hoeve, locatie De Windehof te Bilthoven, rechtsgeldig kon worden verleend. Betrokkene verbleef niet in het psychiatrisch ziekenhuis te Den Dolder, maar in een woonafdeling die niet als psychiatrisch ziekenhuis is aangemerkt volgens de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Wet Bopz).
De rechtbank had een machtiging verleend om het verblijf in deze locatie voort te zetten, maar de Hoge Raad oordeelt dat deze locatie niet in de bijlage van de Regeling Aanmerking Psychiatrisch Ziekenhuis Bopz is opgenomen en dus niet als zodanig erkend is. Hierdoor ontbreekt de wettelijke grondslag voor de vrijheidsbenemende maatregel in deze locatie.
De Hoge Raad stelt vast dat de rechtbank bij het verlenen van de machtiging had moeten toetsen of de locatie als psychiatrisch ziekenhuis was aangemerkt. Omdat dit niet is gebeurd, is sprake van een schending van het recht. De zaak wordt vernietigd en verwezen naar de rechtbank Utrecht voor verdere behandeling. De mogelijkheid dat de machtiging voor een andere BOPZ-inrichting is gebruikt, moet nader worden onderzocht.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en verwijst de zaak terug naar de rechtbank wegens het ontbreken van erkenning van de locatie als psychiatrisch ziekenhuis.