ECLI:NL:PHR:2007:BA3521
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en verwijzing in onteigeningszaak over waardebepaling en schadeloosstelling bedrijfsverplaatsing
De zaak betreft een onteigeningsprocedure waarbij de Staat de onteigening vorderde van een perceel in Nuland, gebruikt door een bandenbedrijf en deels verhuurd aan een derde. De kern van het geschil betrof de waardering van het onteigende terrein, met name de invloed van feitelijk gebruik door een huurder zonder volledige huurovereenkomst, en de bepaling van de schadevergoeding in verband met de beëindiging en verplaatsing van het bedrijf.
De rechtbank had de waarde van het terrein mede gebaseerd op een huurwaarde van 10 gulden per m² voor het deel dat feitelijk in gebruik was maar niet gehuurd, en aangenomen dat het bedrijf levensvatbaar was ondanks negatieve resultaten en hypothecaire lasten. De Staat betwistte deze waardering en stelde dat de schade ook op basis van liquidatie moest worden berekend, mede gezien de rentelasten.
De Hoge Raad oordeelde dat de rechtbank onvoldoende gemotiveerd had waarom zij niet rekening hield met de rentelasten en onvoldoende zelfstandig onderzoek had gedaan naar de schade. Ook de waardering van het gebruik door de huurder werd als verdedigbaar beschouwd. Verder werd geoordeeld dat de rechtbank terecht aannam dat verplaatsing van het bedrijf een reële optie was. De Hoge Raad vernietigde het vonnis en verwees de zaak terug voor nadere beoordeling, waarbij ook de rol van de Rabobank in de procedure werd vermeld.
Uitkomst: Het eindvonnis wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen voor nadere beoordeling van waardering en schadeloosstelling.