ECLI:NL:PHR:2007:BA3526
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Volstorting aandelen door inbreng in natura en bewijsaanbod in Antilliaanse vennootschapszaak
De zaak betreft een geschil tussen het Eilandgebied Sint Maarten en Sint Maarten Housing N.V. over de vraag of volstorting van aandelen heeft plaatsgevonden door inbreng in natura, namelijk de overdracht van een waardevol perceel grond voor een symbolisch bedrag.
De curator van de failliete vennootschap vordert betaling van het nominale bedrag van de aandelen, stellende dat geen geldige volstorting heeft plaatsgevonden. Het Eilandgebied betoogt dat de overdracht van het perceel als volstorting geldt op grond van een stilzwijgende overeenkomst.
De lagere rechterlijke instanties stelden dat het Eilandgebied onvoldoende bewijs had geleverd voor het bestaan van een stilzwijgende overeenkomst en wezen het bewijsaanbod af. De Hoge Raad oordeelt dat het hof een ontoelaatbare bewijsprognose heeft gemaakt door het bewijsaanbod te passeren op de grond dat vast zou staan dat geen stilzwijgende overeenkomst is gesloten.
De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug voor een nieuwe beoordeling waarbij het bewijsaanbod in acht moet worden genomen. De zaak draait om de uitleg van de transportakte, de stelplicht van partijen en de toepassing van de regels omtrent bewijslevering.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt hofuitspraak wegens ontoelaatbare bewijsprognose en verwijst zaak terug voor nieuwe beoordeling.