ECLI:NL:PHR:2007:BA3598
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor schriftelijke bedreiging via e-mail met bedreigingen tegen het leven
De verdachte werd door het Hof te 's-Hertogenbosch veroordeeld wegens meermalen schriftelijke bedreiging via e-mail gericht tegen een persoon, met bedreigingen die het leven van het slachtoffer bedreigden. De bedreigingen waren expliciet en dreigend, verzonden in de periode van juni tot september 2003.
De verdachte voerde in hoger beroep aan dat hij de e-mails niet had verzonden en betwistte de bewijsvoering, waaronder de koppeling van het IP-adres aan zijn computer. Het Hof achtte het echter bewezen dat de bedreigende e-mails vanuit de computer van de verdachte waren verzonden, mede gezien het statische IP-adres en de inhoud van de berichten.
De Hoge Raad oordeelde dat bedreigingen via e-mail als schriftelijke bedreigingen in de zin van art. 285 lid 2 Sr Pro moeten worden beschouwd, ongeacht de wijze van overbrenging, zolang de bedreiging de geadresseerde in leesbare vorm bereikt. De middelen van de verdachte faalden, en het beroep werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling voor schriftelijke bedreiging via e-mail en verwerpt het cassatieberoep.