ECLI:NL:PHR:2007:BA3618
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt strafbaarheid gebruik vervalst reisdocument niet op eigen naam
De zaak betreft een verdachte die op 9 mei 2005 te Arnhem een bankrekening probeerde te openen met een Nederlandse identiteitskaart die niet op zijn naam stond en vals of vervalst bleek te zijn. Het Hof Arnhem veroordeelde hem op grond van art. 231 Sr Pro voor het opzettelijk gebruik van een niet op zijn naam gesteld reisdocument. De verdediging stelde dat het gebruikte document vals was en niet een niet op naam gesteld echt document, en betoogde dat de tenlastelegging daarom niet klopte.
De Hoge Raad bekeek de wetsgeschiedenis van art. 231 Sr Pro en concludeerde dat de strafbepaling alle frauduleuze handelingen met reisdocumenten beoogt te bestrijden, waaronder het gebruik van vervalste documenten die niet op de naam van de gebruiker staan. De Raad verwierp het verweer dat het gebruik van een vals of vervalst document niet onder het tweede lid van art. 231 Sr Pro valt, en bevestigde dat het Hof de bewezenverklaring terecht heeft geformuleerd en gemotiveerd.
De Hoge Raad oordeelde dat de kwalificatie van het feit als opzettelijk gebruik van een niet op zijn naam gesteld reisdocument, ook indien het document vals of vervalst is, juist is. Het cassatieberoep werd verworpen en de veroordeling van twee weken gevangenisstraf gehandhaafd.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling tot twee weken gevangenisstraf voor het opzettelijk gebruik van een niet op eigen naam gesteld vervalst reisdocument.