ECLI:NL:PHR:2007:BA3631
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens valsheid in geschrift met matiging van straf wegens overschrijding redelijke berechtingsduur
Deze zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam, waarin verzoeker is veroordeeld tot elf weken gevangenisstraf wegens valsheid in geschrift. De dagvaarding werd aanvankelijk nietig verklaard vanwege een fout bij de betekening, maar later alsnog geldig geacht nadat deze op het juiste adres was verzonden.
De zaak bevat klachten over overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro, zowel bij de behandeling van de zaak in eerste aanleg en hoger beroep als bij het cassatieberoep. De Hoge Raad oordeelt dat ondanks vertragingen, waaronder een periode van meer dan zeven jaar tussen uitspraak en persoonlijke mededeling, verzoeker dit grotendeels aan zichzelf te wijten heeft door langdurig zonder vaste woon- of verblijfplaats te zijn geweest.
Verder wordt een klacht over de bewezenverklaring behandeld, waarbij het hof aannam dat verzoeker inkomsten uit zelfstandige beroepsbeoefening verzweeg, terwijl het formulier ook betrekking had op inkomsten uit arbeid. De Hoge Raad oordeelt dat dit niet tot cassatie hoeft te leiden. De klacht over onvoldoende motivering van nadeel wordt eveneens verworpen.
De Hoge Raad vernietigt het arrest uitsluitend ten aanzien van de strafoplegging en matigt de straf vanwege de overschrijding van de redelijke termijn, waarbij rekening wordt gehouden met de lange duur van de strafzaak. Voor het overige wordt het cassatieberoep verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad matigt de straf wegens overschrijding van de redelijke termijn en verwerpt het cassatieberoep voor het overige.