ECLI:NL:PHR:2007:BA4909
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Uitleg vaststellingsovereenkomst over aanspraak op control premium bij verkoop prioriteitsaandelen Uni-Invest
In deze zaak draait het om de uitleg van artikel 8a van een vaststellingsovereenkomst tussen [eiseressen] en [verweerders], waarin is vastgelegd hoe om te gaan met de verkoop van prioriteitsaandelen in Uni-Invest NV. [Eiseressen] stelt aanspraak te hebben op de helft van de meerwaarde ('control premium') die verbonden is aan deze prioriteitsaandelen bij verkoop door [verweerders]. [Verweerders] betwist dit en stelt dat artikel 8a slechts een voorwaardelijk tag-along recht inhoudt.
De feiten betreffen een complexe samenwerking en investeringen in Uni-Invest NV en de holding Uni-Invest Prioriteit BV, waarbij aandelen en prioriteitsaandelen via diverse vennootschappen en overeenkomsten zijn overgedragen. Na het ontstaan van geschillen is in 1996 een vaststellingsovereenkomst gesloten met daarin artikel 8a, dat regelt dat bij verkoop van prioriteitsaandelen door [verweerders] een bod moet worden gedaan op de gewone aandelen van [eiseressen] tegen dezelfde prijs als die voor de gewone aandelen van [verweerders].
De rechtbank en het hof hebben geoordeeld dat artikel 8a geen recht op de helft van de control premium toekent, maar een tag-along recht bevat. Het hof heeft daarbij de taalkundige betekenis van artikel 8a zwaar laten wegen, mede vanwege de professionele aard van partijen en de aanwezigheid van een entire agreement clause. Het hof verwierp de stellingen van [eiseressen] over een afwijkende partijbedoeling, mede omdat zij onvoldoende concreet bewijsaanbod deed.
De Hoge Raad bevestigt dat de uitleg van een overeenkomst volgens de Haviltexnorm plaatsvindt, waarbij de taalkundige betekenis van bepalingen in een vaststellingsovereenkomst tussen professionele partijen in een commerciële transactie zwaar weegt. De Hoge Raad oordeelt dat het hof niet onjuist heeft geoordeeld dat artikel 8a primair een tag-along recht bevat en dat de stellingen van [eiseressen] onvoldoende waren om daarvan af te wijken. Ook het bewijsaanbod werd terecht gepasseerd. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van [eiseressen].
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat artikel 8a van de vaststellingsovereenkomst geen recht op de helft van de control premium inhoudt en wijst het cassatieberoep van [eiseressen] af.