ECLI:NL:PHR:2007:BA5315
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing loonvordering werknemer wegens ontbreken deskundigenverklaring bij betwiste ziekte
De werknemer trad in september 2002 in dienst als internationaal chauffeur en meldde zich eind november 2002 ziek. De werkgever stopte daarop met loonbetaling. De werknemer vorderde loonbetaling vanaf ziekmelding tot einde dienstverband, maar de werkgever betwistte de ziekte en stelde dat de werknemer ontslag had genomen.
De kantonrechter wees de loonvordering af wegens het ontbreken van een deskundigenverklaring zoals vereist in art. 7:629a BW. De werknemer ging in hoger beroep, stellende dat de ziekte door de werkgever pas tardief werd betwist en dat daardoor de verklaring niet nodig was. Het hof bekrachtigde het vonnis en oordeelde dat de werkgever de ziekte ondubbelzinnig had betwist en dat geen omstandigheden bestonden die het overleggen van een verklaring onredelijk maakten.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel. De Hoge Raad benadrukte dat de uitzondering op de verplichting tot overlegging van een deskundigenverklaring alleen geldt indien de ziekte niet wordt betwist of het redelijkerwijs niet van de werknemer kan worden gevergd deze te overleggen. De brief van de werkgever waarin de ziekmelding in beraad werd gehouden, betekende geen erkenning van ziekte. De werkgever heeft de ziekte in de procedure betwist, waardoor de werknemer verplicht was een deskundigenverklaring te overleggen. De klachten van de werknemer faalden, en het beroep werd verworpen.
Uitkomst: De loonvordering van de werknemer wordt afgewezen wegens het ontbreken van een deskundigenverklaring terwijl de werkgever de ziekte betwistte.