ECLI:NL:PHR:2007:BA5316
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt draagkracht vader bij kinderalimentatie ondanks werkloosheid
De zaak betreft een geschil over kinderalimentatie tussen ouders met een ontbonden huwelijk en drie kinderen. De vader ontvangt een WW-uitkering en voert aan niet in staat te zijn alimentatie te betalen. De rechtbank en het hof stelden de alimentatie vast op basis van een draagkracht van € 1.200 netto per maand, uitgaande van de verdiencapaciteit van de vader.
De vader betoogde dat het hof ten onrechte niet uitging van zijn werkelijke inkomen (WW-uitkering van circa € 764 netto) en dat het hof onterecht geen rekening hield met het feit dat het inkomen niet onder de beslagvrije voet mag dalen. Het hof oordeelde echter dat de vader redelijkerwijs in staat is een inkomen van € 1.200 netto te verwerven, mede gelet op zijn leeftijd en arbeidsverleden, en dat de inkomensvermindering herstelbaar is.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp de cassatieberoepen. Het hof hoefde niet te beoordelen of de vader schuld had aan het verlies van inkomen, omdat het ging om een voor herstel vatbare inkomensvermindering. Het oordeel van het hof was voldoende gemotiveerd en niet onbegrijpelijk. De draagkrachtbepaling mag uitgaan van de verdiencapaciteit en niet uitsluitend van het actuele inkomen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de vader een draagkracht heeft van € 1.200 netto per maand en wijst het cassatieberoep af.