ECLI:NL:PHR:2007:BA5902
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevordering pensioenfonds wegens onvoldoende bewijs onrechtmatig handelen werknemer fondsbeheerder
Stichting Pensioenfonds Metaal en Techniek (PMT) vorderde schadevergoeding van een voormalig hoofd van de afdeling Beheer en Exploitatie Onroerend Goed bij MN Services wegens vermeende onregelmatigheden bij verkoop van onroerend goed tussen 1990 en 1996. PMT stelde dat de werknemer onroerende zaken willens en wetens te goedkoop had verkocht aan kopers die het vastgoed snel doorverkochten (uitponders), waardoor het fonds schade leed.
De werknemer betwistte de vordering en voerde onder meer aan dat hij als werknemer slechts aansprakelijk kon zijn bij opzet of bewuste roekeloosheid. De rechtbank wees de vordering af, oordelend dat onvoldoende was komen vast te staan dat de werknemer willens en wetens te goedkoop had verkocht met het oogmerk het fonds te benadelen of zichzelf of derden te bevoordelen.
PMT stelde in hoger beroep dat de aansprakelijkheid moest worden beoordeeld op grond van artikel 6:162 BW Pro (onrechtmatige daad) en niet het zwaardere criterium van artikel 7:661 BW Pro (werknemersaansprakelijkheid). Het hof bevestigde het oordeel van de rechtbank en oordeelde dat PMT onvoldoende concreet bewijs had geleverd dat de werknemer wist dat hij aan uitponders verkocht en dat hij bewust te lage prijzen hanteerde met benadeling van het fonds.
De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en wijst het cassatieberoep van PMT af. Het bewijsaanbod van PMT was onvoldoende concreet en het hof mocht oordelen dat niet was komen vast te staan dat de werknemer willens en wetens onroerend goed te goedkoop verkocht met het oogmerk het fonds te benadelen of zichzelf of derden te bevoordelen.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst de schadevordering van het pensioenfonds af wegens onvoldoende bewijs van onrechtmatig handelen door de werknemer.