ECLI:NL:PHR:2007:BA5960
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Geschil over contractuele boete en schadevergoeding wegens schending voorkeursrecht van koop
In deze zaak staat centraal of eiser een voorkeursrecht van koop heeft geschonden door een perceel grond te verkopen zonder verweerder de mogelijkheid te geven dit perceel te kopen tegen de prijs die een derde had geboden. Eiser verkocht het perceel in twee delen aan derden, terwijl verweerder stelde dat hij het recht had het perceel te kopen tegen een bod van 575.000 gulden van een derde.
Verweerder maakte gebruik van zijn voorkeursrecht en vroeg om bewijs van het derde bod. Eiser weigerde dit bewijs te leveren. De rechtbank wees de vorderingen van verweerder af, maar het hof vernietigde dit en veroordeelde eiser tot betaling van de contractuele boete wegens schending van het voorkeursrecht. Het hof oordeelde dat eiser niet kon aantonen dat er een bod van 575.000 gulden was en dat verweerder bereid was het perceel te kopen voor het bod van 550.000 gulden.
In cassatie betoogde eiser dat het hof zich vergist had, maar de Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht op grond van redelijkheid en billijkheid een bewijsleveringsplicht aan eiser heeft toegekend. Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee het arrest van het hof in stand bleef.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en het arrest van het hof Arnhem wordt bevestigd.