ECLI:NL:PHR:2007:BA6573
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad herstelt verzuim in beschikking inzake uitlevering inbeslaggenomen stukken en ne bis in idem toetsing
In deze zaak gaat het om een verzoek van Duitse autoriteiten om inbeslaggenomen stukken, verkregen bij een doorzoeking in de woning van klaagster, ter beschikking te stellen ten behoeve van strafvervolging in Duitsland. De rechtbank had verlof verleend zonder het wettelijk vereiste voorbehoud op te nemen, hetgeen de Hoge Raad ambtshalve herstelt.
Klaagster wordt verdacht van betrokkenheid bij pogingen tot oplichting via valse facturen en overschrijvingsbewijzen, zowel in Duitsland als in België. De verdediging voerde aan dat sprake zou zijn van schending van het ne bis in idem-beginsel omdat dezelfde feiten ook in België aanhangig zouden zijn. De rechtbank oordeelde echter dat de feiten in België en Duitsland verschillende slachtoffers betreffen, zodat geen sprake is van schending van het ne bis in idem-beginsel.
De Hoge Raad bevestigt deze beoordeling en wijst het verzoek tot aanhouding van de zaak af. Tevens stelt de Hoge Raad vast dat de beschikking onduidelijk was over welke stukken het verlof betrof en dat het voorbehoud van art. 552p, derde lid, Sv ontbrak. De Hoge Raad geeft een nadere omschrijving van de stukken en verbindt het vereiste voorbehoud aan het verlof. Het beroep wordt voor het overige verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad herstelt het verzuim in de beschikking en bevestigt dat geen sprake is van schending van het ne bis in idem-beginsel.