ECLI:NL:PHR:2007:BA6755
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd niet stilzwijgend verlengd zonder tegenspraak
In deze zaak stond centraal of een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd stilzwijgend werd verlengd zonder tegenspraak in de zin van art. 7:668 lid 1 BW Pro. De werknemer was in dienst bij Emergis op basis van een contract voor bepaalde tijd dat na overleg over verlenging niet werd ondertekend. De werknemer bleef na afloop van het contract feitelijk werken, maar de werkgever stelde dat de overeenkomst niet was verlengd en beëindigd per 30 september 2002.
De werknemer vorderde loonbetaling vanaf 1 oktober 2002, stellende dat de arbeidsovereenkomst stilzwijgend was voortgezet zonder tegenspraak. Zowel de rechtbank als het hof oordeelden dat geen sprake was van voortzetting zonder tegenspraak, omdat de werkgever duidelijk had gemaakt dat zij niet instemde met verlenging en de werknemer na afloop niet meer werkte.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verduidelijkte dat voortzetting zonder tegenspraak inhoudt dat partijen stilzwijgend hun wil tot voortzetting hebben gegeven, waarbij de gedragingen van partijen voor en na afloop van de overeenkomst relevant zijn. In dit geval was geen sprake van een dergelijke stilzwijgende voortzetting, mede omdat de werkgever de werknemer niet langer tot het werk toeliet na afloop van de overeenkomst.
De uitspraak benadrukt dat art. 7:668 lid 1 BW Pro de werknemer rechtszekerheid wil bieden, maar dat dit niet betekent dat voortzetting zonder tegenspraak wordt aangenomen indien partijen voorafgaand aan afloop geen overeenstemming bereikten en de werkgever duidelijk te kennen gaf de overeenkomst niet te willen voortzetten.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de vordering tot loondoorbetaling na afloop van de arbeidsovereenkomst wordt afgewezen.