1 Ontleend aan de beschikking uit de eerste aanleg van de rechtbank Rotterdam van 6 juli 2005. Blijkens de in cassatie bestreden beschikking (p. 2) is ook het hof van deze feiten uitgegaan.
2 De afkorting is, zoals bekend, afgeleid van: wet betreffende limitering van alimentatie na scheiding.
3 Deze bepalingen - die overigens in alinea 6 hierna worden aangehaald - kunnen onder andere worden geraadpleegd in Personen- en familierecht (losbl.), Wortmann, art. 157, aant. 5 (p. Art. 157 - 74) of T&C Burgerlijk Wetboek Boeken 1, 2, 3 en 4, 2005, Koens, art. 1:157, aant. 10.
4 De beslissing(en) op de verzoeken van [de vrouw] is/zijn in het onderhavige cassatiegeding niet aan de orde; ik ga daaraan dan ook verder voorbij.
5 De beschikking van het hof is van 2 augustus 2006. Het cassatierekest is gedateerd 31 oktober 2006. Het is ook op die dag bij de griffie ingekomen.
6 HR 26 maart 1999, NJ 1999, 653, 654 en 655 m.nt. Sylvia Wortmann onder nr. 655, rov. 3.4, 3.3 en 3.3 respectievelijk; bevestigd in de sedertdien verschenen rechtspraak, o.a. HR 28 januari 2000, NJ 2000, 392 m.nt. Sylvia Wortmann, rov. 3.3; HR 5 september 2003, NJ 2003, 618, rov. 3.4; HR 29 september 2006, NJ 2006, 535, rov. 3.4.2. Zie ook Personen- en familierecht (losbl.), Wortmann, art. 157, aant. 5 (vooral p. Art. 157 - 69 t/m p. Art. 157 - 76); Asser - De Boer, 2006, nr. 633d; T&C Burgerlijk Wetboek Boeken 1, 2, 3 en 4, 2005, Koens, art. 1:157, aant. 4 onder "Overgangsrecht".
7 Zie voor een verbijzondering met betrekking tot de stelplicht als het gaat om gegevens die zich aan de kant van de alimentatieplichtige voordoen, HR 29 september 2006, NJ 2006, 535, rov. 3.5.2.
8 Zie ook HR 5 september 2003, NJ 2003, 618, rov. 3.4.
9 Zie ook alinea's 2.1 en 2.2 van de conclusie van A-G Langemeijer vóór HR 6 april 2007, RvdW 2007, 380 (rechtspraak.nl LJN AZ6099).
10 HR 16 maart 2007, RvdW 2007, 302, rov. 3.5; HR 10 november 2006, NJ 2006, 609, rov. 3.4.3; zie ook HR 16 maart 2007, RvdW 2007, 303, rov. 4.2.2.
11 Daarbij werd ook bestreden, de vaststelling van de rechtbank dat de man door het op de leeftijd van achtenzestig jaar (nog) uitoefenen van de tandartspraktijk, nog in staat was de [...] alimentatie te voldoen. Voorzover het hof ook deze vaststelling van de rechtbank (die dus van de kant van [de vrouw] met zovele woorden in appel was bestreden) mocht hebben gerekend tot de "gronden van de rechtbank, die het hof tot de zijne maakt", zou het oordeel van het hof om die reden een motiveringsgebrek vertonen. (Ik merk intussen op dat men kan betwijfelen of er over dit (op een niet erg aannemelijke uitleg van de beslissing van het hof teruggrijpende) gebrek, in cassatie wel geklaagd wordt.)
12 Verweerschrift e.a. namens [de vrouw] in appel, p. 8 en 9; zie ook de pleitaantekeningen in appel van de kant van [de vrouw], p. 2 (onderste alinea).
13 Verweerschrift op het incidenteel appel, p. 2 bovenaan. (De door mij bedoelde passage wordt in extenso aangehaald op p. 9 van het cassatierekest.)
14 P. 6, onderste alinea van het cassatierekest, nogmaals "opgebracht" op p. 8, voorlaatste alinea.
15 Anders dan in het geval van HR 28 januari 2000, NJ 2000, 392 (rov. 3.5), geldt in deze zaak dus ook niet, dat specifieke argumenten over dit onderwerp aan de (appel)rechter waren voorgelegd.