ECLI:NL:PHR:2007:BA7554
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt plaatsing jeugdige verdachte ondanks overschrijding redelijke termijn
De zaak betreft een jeugdige verdachte die door het hof te 's-Hertogenbosch is veroordeeld tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (PIJ-maatregel) wegens zware mishandeling en andere feiten. De verdachte stelde cassatieberoep in tegen deze maatregel.
De verdediging voerde onder meer aan dat de verklaring van het slachtoffer onbetrouwbaar was en dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom de PIJ-maatregel noodzakelijk was. Het hof verwierp deze verweren met uitgebreide motivering, onder meer op basis van rapportages van deskundigen en de Raad voor de Kinderbescherming.
De Hoge Raad constateert dat de redelijke termijn voor behandeling van het cassatieberoep, zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro, met meer dan 16 maanden is overschreden. Desondanks leidt dit niet tot strafvermindering, omdat de opgelegde PIJ-maatregel niet vooraf in duur is bepaald en de veiligheid van anderen het opleggen ervan eist.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de uitspraak van het hof. De zaak illustreert de bijzondere aard van PIJ-maatregelen en de beperkingen van termijnoverschrijdingen in jeugdrechtzaken.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de PIJ-maatregel ondanks overschrijding van de redelijke termijn.