ECLI:NL:PHR:2007:BA7665
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens onvoldoende motivering bij oplegging vrijheidsstraf
In deze zaak heeft het Gerechtshof te Amsterdam verdachte veroordeeld tot twee maanden gevangenisstraf voor diefstal met braak en inklimming, terwijl hij voor een ander tenlastegelegd feit werd vrijgesproken. De verdediging stelde in cassatie dat het hof de strafoplegging onvoldoende had gemotiveerd, in strijd met artikel 359, zesde lid, van het Wetboek van Strafvordering.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof in het arrest slechts verwees naar het 'vorenstaande' en een zestien pagina's tellend uittreksel van justitiële documentatie, zonder specifiek aan te geven waarom juist een vrijheidsbenemende straf passend werd geacht. Een standaardmotivering is volgens de Hoge Raad onvoldoende om te voldoen aan de wettelijke motiveringsvereisten.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest voor zover het de strafoplegging betreft en verwees de zaak terug naar het hof voor een nieuwe beslissing over de straftoemeting. Ambtshalve werden geen andere gronden voor vernietiging gevonden.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van de vrijheidsstraf en de zaak wordt terugverwezen voor nieuwe strafoplegging.