ECLI:NL:PHR:2007:BA7884

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
25 september 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
00587/07 H
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OpiumwetArt. 457 SvArt. 467 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Herziening wegens persoonsverwisseling bij veroordeling voor overtreding Opiumwet

De aanvrager werd door het Gerechtshof Amsterdam veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee maanden en verbeurdverklaring van geld wegens medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet. De aanvraag tot herziening, ingediend door mr. H.K. Jap-A-Joe, steunt op het vermoeden van persoonsverwisseling waarbij een ander dan de aanvrager de bewezenverklaarde feiten heeft gepleegd.

Onderzoek door het Korps Landelijke Politiediensten, op verzoek van het Openbaar Ministerie te Haarlem, wees uit dat de persoon die in 2002 te Utrecht werd aangehouden niet overeenkomt met de aanvrager die in 2006 op Schiphol werd aangehouden. Dit blijkt uit verschillen in foto's en vingerafdrukken, waarbij het dactyloscopisch signalement van de in 2002 aangehouden persoon in het HAVANK-systeem onder andere personalia voorkomt dan die van de aanvrager.

De Hoge Raad acht het ernstige vermoeden van persoonsverwisseling zodanig dat, indien dit bekend was geweest bij de rechter, de aanvrager vrijgesproken zou zijn. Ondanks dat de aangehouden persoon in 2002 de personalia van de aanvrager correct noemde en een medeverdachte hem zo noemde, weegt dit niet op tegen het bewijs van persoonsverwisseling.

De Hoge Raad verklaart de aanvraag tot herziening gegrond, beveelt zo nodig opschorting van de tenuitvoerlegging van het arrest en verwijst de zaak naar het Gerechtshof Den Haag voor hernieuwde behandeling volgens art. 467 Sv Pro.

Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de aanvraag tot herziening gegrond wegens persoonsverwisseling en verwijst de zaak voor nieuwe behandeling.

Conclusie

Nr. 00587/07 H
Mr. Vellinga
Zitting: 19 juni 2007
Conclusie inzake:
[Aanvrager]
1. Het Gerechtshof te Amsterdam, zittinghoudende te Arnhem, heeft bij arrest van 12 augustus 2003 aanvrager veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twee maanden en een inbeslaggenomen geldbedrag verbeurd verklaard wegens 'het medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met in artikel 2, eerste lid, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod en opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, eerste lid, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd'. Voorts gelastte het Hof de tenuitvoerlegging van een gevangenisstraf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter in de Rechtbank te Utrecht d.d. 28 juni 2002, te weten voor de duur van één maand.
2. Namens de aanvrager heeft mr. H.K. Jap-A-Joe een aanvraag tot herziening van bovengenoemd arrest ingediend.
3. De aanvraag tot herziening steunt op de stelling dat een ander dan aanvrager indertijd de bewezenverklaarde feiten heeft begaan en dat er sprake is van identiteitsfraude. Ter ondersteuning van die stelling wordt verwezen naar een kopie van een proces-verbaal van politie.
4. In de aanvraag wordt het volgende aangevoerd. De aanvrager is op 25 februari 2006 aangehouden op Schiphol ter zake van overtreding van de Opiumwet en in verzekering gesteld. Voor deze zaak is de aanvrager vervolgd door het parket te Haarlem. Op verzoek van de Officier van Justitie te Haarlem heeft het Korps Landelijke Politiediensten een onderzoek ingesteld of degene die te Utrecht op 14 november 2002 werd aangehouden ter zake van de feiten die het Hof bewezen heeft verklaard, dezelfde persoon is als verzoeker.
5. Bij de stukken van het geding bevindt zich een proces-verbaal van de Koninklijke Marechaussee d.d. 23 maart 2006. Dit proces-verbaal houdt kort gezegd in dat de personen afgebeeld op de foto van degene die is aangehouden te Utrecht op 14 november 2002 en op de foto van verzoeker zoals genomen na zijn aanhouding op Schiphol op 25 februari 2006 niet overeenkomen. Daarnaast zijn de foto's die zijn ingeleverd bij paspoortaanvragen op naam van de aanvrager opgevraagd bij de gemeente Rotterdam. De persoon die staat afgebeeld op de foto's van de paspoortaanvragen vertoont volgens de verbalisanten een grote gelijkenis met verzoeker zoals die is afgebeeld op de foto genomen na zijn aanhouding op Schiphol op 25 februari 2006.
6. Tevens houdt dit proces-verbaal in dat de vingerafdrukken zoals afgenomen bij verzoeker bij zijn aanhouding op Schiphol niet overeenkomen met de vingerafdrukken van degene die is aangehouden te Utrecht op 14 november 2002. Het dactyloscopisch signalement opgenomen op laatstgenoemde datum komt reeds eerder voor in het zogenaamde HAVANK systeem en wel onder andere personalia dan die van de aanvrager.
7. De hierboven weergegeven omstandigheden waarop de aanvraag zich beroept, wekken het ernstige vermoeden, zoals bedoeld in art. 457, eerste lid onder 2, Sv, dat als de rechter hiervan op de hoogte was geweest, de aanvrager van het hem tenlastegelegde zou zijn vrijgesproken. Er is immers alle reden aan te nemen dat sprake is van een persoonsverwisseling.
8. Aan dat ernstige vermoeden kan niet afdoen dat degene die op 14 november 2002 te Utrecht is aangehouden feilloos de personalia van aanvrager wist te noemen en dat de medeverdachte van de toen aangehouden persoon die persoon [aanvrager] noemt.
9. Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad de aanvraag tot herziening gegrond zal verklaren, voor zover nodig de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van het arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 12 augustus 2003 zal bevelen, en de zaak zal verwijzen naar het Gerechtshof te Den Haag opdat de zaak op de voet van art. 467 Sv Pro opnieuw zal worden behandeld en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG