ECLI:NL:PHR:2007:BA7886
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt verstekverlening ondanks ontbreken vertaling appèldagvaarding
In deze zaak heeft het Gerechtshof Arnhem verdachte bij verstek veroordeeld wegens een verkeersovertreding met letsel. Verdachte, die de Nederlandse taal niet beheerst, stelde dat het ontbreken van een vertaling van de appèldagvaarding in het Duits in strijd was met art. 52 SUO Pro en dat dit tot schorsing van de vervolging had moeten leiden. De Hoge Raad overweegt dat de dagvaarding rechtsgeldig is betekend aan de gemachtigde advocaat en dat het per post toegezonden afschrift aan verdachte geen gerechtelijk stuk is in de zin van art. 52 SUO Pro.
De Hoge Raad benadrukt dat van een verdachte die hoger beroep instelt of een raadsman daartoe machtigt, mag worden verwacht dat hij zich op de hoogte stelt van de zittingsdatum. Het ontbreken van een vertaling van het afschrift van de dagvaarding leidt niet tot schorsing van de vervolging, maar hooguit tot schorsing van het onderzoek ter terechtzitting.
Daarnaast behandelt de Hoge Raad klachten over de toegewezen schadevergoeding aan de benadeelde partij. Het hof mocht de oorspronkelijke vordering toewijzen, ook al was dit hoger dan het bedrag dat de rechtbank eerder had toegekend. De reflexwerking van de 50%-regel uit art. 185 WVW Pro 1994 is niet van toepassing omdat de benadeelde partij zelf bestuurder was van het motorrijtuig en letselschade had opgelopen.
De Hoge Raad verwerpt de middelen en verklaart het cassatieberoep ongegrond.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de verstekverlening en verwerpt het cassatieberoep ondanks het ontbreken van een vertaling van de appèldagvaarding.