1 Zie voor een verschil in weergave van de verklaring van de verdachte in proces-verbaal en uitspraak HR 22 november 2005, NJ 2006, 219.
2 Vgl. HR 5 december 2006, NJ 2007, 93: bij een opgelegde voorwaardelijke geldboete van € 288 ter zake van een overtreding is de verdachte ontvankelijk in zijn cassatieberoep.
3 HR 5 februari 2002, NJ 2003, 126.
4 Staten van de Nederlandse Antillen, 1952-1953, Landsverordening tot wijziging van het wetboek van strafrecht voor Curacao, P.B. 1913, no. 67[0], Memorie van Toelichting, nr. 3, p. 1.
5 F.W. Bleichrodt, Onder voorwaarde, diss. Nijmegen, Deventer 1996, p. 81 e.v; G.E. Mulder en H. Schootstra, De voorwaardelijke veroordeling, Handelingen 1974 der Nederlandse Juristen-Vereniging, deel 1, tweede stuk, Zwolle s.d., p. 46.
6 F.W. Bleichrodt, Onder voorwaarde, p. 83. Zie in dit verband ook HR 12 januari 1988, NJ 1989, 107, rov. 6.2.
7 HR 3 oktober 1989, NJ 1990, 443
8 O.a. HR 14 mei 1996, NJ 1996, 560.
9 Zie HR 7 oktober 1986, NJ 1987, 441 waarin de Hoge Raad de bijzondere voorwaarde dat de verdachte en haar echtgenoot zich zouden houden aan de met de Sociale Dienst afgesproken terugbetalingsregeling ontoelaatbaar achtte.
10 HR 12 januari 1988, NJ 1989, 107.
11 HR 6 februari 1990, 429. De Hoge Raad vernietigt om een andere reden.
12 HR 14 mei 1996, NJ 1996, 560.
13 HR 20 oktober 1964, NJ 1965, 119.
14 Protocol van 16 september 1963, Trb. 1964, 77 zoals laatstelijk gewijzigd 11 mei 1994, Trb. 165.
15 Vgl. Council of Europe, Problems arising from the co-existence of the United Nations Covenants on Human Rights and the European Convention on Human Rights, report if the Committee of Experts on Human Rights to the Committee of Minsters, Strasbourg 1970, pp. 33-35.
16 Voluit: Rijkswet van 10 maart 1982, houdende goedkeuring van het vierde Protocol bij het Europese Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (Trb. 1964, 15 en 1969, 241), Stb. 1982, 89.
17 TK (1978-1979, 15 396 (R 11110), nr. 3, p. 5.
18 Tractatenblad 1978, 177, p. 29.
19 Het voorbehoud houdt in: "The Kingdom of the Netherlands, a party to the Covenant, consists constitutionally of the countries of the Netherlands and the Netherlands Antilles. Admission and residence are regulated differently in these two countries. The Kingdom of the Netherlands wishes to establish beyond doubt that Article 12 does not imply that legal residence in one of the countries confers a right of entry to the other.", Trb. 1978, 177, p. 40-41.
20 De Engelse tekst van art. 2, eerste lid, luidt: Everyone lawfully within the territory of a State shall, within that territory, have the right to liberty of movement and freedom to choose his residence. Van Dijk en Van Hoof wijzen in hun commentaar erop dat het woord 'legally' ('legalement')uit de oorspronkelijke tekst is vervangen door 'lawfully' ('régulièrement') wat een grotere beleidsvrijheid voor de nationale autoriteiten oplevert. Het woordje 'wettig' uit de Nederlandse vertaling zou in hun ogen beter kunnen worden vervangen door het woord 'rechtmatig', zie P. van Dijk en G.J.H. van Hoof, De Europese Conventie in theorie en praktijk, derde druk, Nijmegen 1990, p. 541.
21 HR 12 januari 1988, NJ 1989, 107 en HR 3 oktober 1989, NJ 1990, 443, AAe 1990, p. 389 e.v. Zie ook F.W. Bleichrodt, Onder voorwaarde, p. 88.
22 Cie EVRM, 9 juli 1985, Schmid vs. Oostenrijk, 10670/83.
23 EHRM 16 mei 2002, Worwa vs. Polen, 26624/95.
24 Cie EVRM, 6 maart 1984, M. vs. Duitsland, 10307/83. De veroordeelde in deze zaak was een statenloze persoon.
25 Cie EVRM, 16 oktober 1980, X vs. België, 8901/80.
26 EHRM 4 september 2002, Landvreugd vs. Nederland, 37331/97 en EHRM 6 november 2002, Olivieira vs. Nederland, 33129/96.
27 EHRM 22 februari 1994, Raimondo vs. Italië, 12954/87, §39, NJ 1995, 166, m. nt. Kn. Zie ook de zaken EHRM 6 november 1980, Guzzardi vs. Italië, 7367/76 en Cie EVRM 27 mei 1991, Ciancimino vs. Italië, 12541/86. De procedure die aan de oplegging van deze maatregel door de rechter voorafgaat is zwaar en is vergelijkbaar met een strafprocedure.
28 Cie EVRM, 6 maart 1984, M. vs. Duitsland, 10307/83.
29 Art. 1.2.10 lid 2 onder 3o versie NA 8 december 2006.
30 Het gebrek aan celruimte speelt ook mee bij een recent gratiebesluit van maart 2007. Aan 3015 veroordeelde drugskoeriers is de gratie verleend waarbij o.a. als voorwaarden zijn gesteld dat de veroordeelde zijn paspoort inlevert bij het Openbaar Ministerie en het eiland niet verlaat, zie bericht in de Volkskrant van 20 juni 2007.
31 Bleichrodt, a.w., p. 88 wijst erop dat de regeling van de bijzondere voorwaarden in de rechtspraak zo is uitgekristalliseerd dat art. 14 c lid 2 onder 5 Sr, het equivalent van art. 17c lid 2 aanhef en onder e SrNA, de vereiste wettelijke basis biedt.
32 Volgens de persofficier van justitie van het Openbaar Ministerie op de Nederlandse Antillen G. Veen-Jonkhout in de Telegraaf van 8 juli 2004 was het tot dan toe redelijk eenvoudig een tweede paspoort aan te vragen: "Je behoefde alleen aangifte te doen van verlies of diefstal een een nieuwe aan te vragen." Er zouden inmiddels maatregelen zijn getroffen die er toe leiden dat "bellen gaan rinkelen" wanneer mensen wier paspoort is ingehouden een nieuw paspoort aanvragen.
33 Bleichrodt, a.w., p. 97. Zie over legaliteitsbeginsel en bijzondere voorwaarde verder Bleichrodt, a.w., p. 92-96.
34 HR 5 juni 2007, LJN BA2160.
35 G.J.M. Corstens, Het Nederlands strafprocesrecht, Deventer 2005, vijfde druk, p. 709 e.v.
36 HR 7 november 1995, NJ 1996, 166; HR 26 november 2002, NJ 2003, 86.