ECLI:NL:PHR:2007:BA7921
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens onherroepelijke veroordeling en teruggegeven rijbewijs
De Rechtbank te 's-Gravenhage heeft op 19 september 2006 een klaagschrift van klager tot teruggave van zijn rijbewijs ongegrond verklaard. Het rijbewijs was op 17 augustus 2006 ingevorderd en vervolgens door de Officier van Justitie voor vier maanden in beslag genomen. Op 19 september 2006 heeft de Kantonrechter klager veroordeeld wegens een overtreding van artikel 20 van Pro het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990, met een geldboete en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor zes maanden, waarvan vijf maanden voorwaardelijk.
Tijdens de zitting hebben zowel klager als de Officier van Justitie afstand gedaan van rechtsmiddelen, waardoor het vonnis onherroepelijk is geworden. Het rijbewijs is op dezelfde dag als gevolg van dit vonnis aan klager teruggegeven. Hierdoor heeft klager geen belang meer bij het cassatieberoep tegen de beschikking van de rechtbank.
De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad concludeert daarom dat klager niet-ontvankelijk moet worden verklaard in zijn cassatieberoep. Dit volgt ook uit eerdere jurisprudentie waarin het belang bij cassatie vervalt indien het bestreden besluit onherroepelijk is en het rijbewijs is teruggegeven.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het vonnis onherroepelijk is en het rijbewijs is teruggegeven.