ECLI:NL:PHR:2007:BA7927
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt toepasselijkheid VOGP bij verzoek tot overname tenuitvoerlegging Roemeens vonnis
De zaak betreft een verzoek tot overname van de tenuitvoerlegging van een Roemeens vonnis waarbij de veroordeelde werd veroordeeld wegens koppelarij. De Rechtbank te 's-Gravenhage had eerder verlof verleend tot tenuitvoerlegging van het arrest van het Roemeense gerechtshof, waarbij de veroordeelde een gevangenisstraf en taakstraf opgelegd kreeg.
De verdediging stelde dat het vonnis niet ten uitvoer kon worden gelegd omdat het een verstekvonnis betrof en dat de betekening niet volgens art. 45 lid 1 WOTS Pro had plaatsgevonden. De rechtbank verwierp dit verweer omdat het EVIG niet van toepassing was en het verzoek gebaseerd was op het VOGP, waarbij het niet relevant is of sprake is van een verstekvonnis.
De Hoge Raad bevestigt dat het VOGP toepasselijk is en dat het vonnis niet als verstekvonnis moet worden aangemerkt omdat de veroordeelde in eerste aanleg en hoger beroep door een raadsman werd vertegenwoordigd en enige zitting persoonlijk bijwoonde. Ook het verweer dat de Officier van Justitie niet-ontvankelijk zou zijn, wordt verworpen.
De Hoge Raad concludeert dat het cassatiemiddel faalt en dat er geen reden is tot vernietiging van het vonnis. De tenuitvoerlegging van het Roemeense vonnis kan derhalve plaatsvinden op basis van het VOGP.
Uitkomst: Het cassatiemiddel wordt verworpen en het verlof tot tenuitvoerlegging van het Roemeense vonnis wordt bevestigd.