ECLI:NL:PHR:2007:BA7935
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Herziening wegens ingetrokken ongewenstverklaring en vrijspraak verdachte
De zaak betreft een herzieningsverzoek van een vreemdeling die door de Politierechter was veroordeeld wegens het onrechtmatig verblijven in Nederland terwijl hij als ongewenst vreemdeling was verklaard. De herziening is gebaseerd op het feit dat de beschikking tot ongewenstverklaring later is ingetrokken en geacht moet worden nimmer te zijn gegeven.
De procedure rondom de verblijfsvergunning en ongewenstverklaring was complex. De verblijfsvergunning van de aanvrager werd ingetrokken wegens vermeende verhuizing naar het buitenland, maar dit besluit bleek niet op juiste wijze bekendgemaakt. Hierdoor was de daaropvolgende afwijzing van verlenging en de ongewenstverklaring niet rechtsgeldig. De vreemdelingenrechter oordeelde dat het intrekkingsbesluit niet van kracht was, wat leidde tot het intrekken van de daarop gebaseerde besluiten.
De Hoge Raad concludeert dat de ongewenstverklaring geacht moet worden nimmer te zijn gegeven en dat, indien de Politierechter hiervan op de hoogte was geweest, hij de verdachte waarschijnlijk zou hebben vrijgesproken. Daarom verklaart de Hoge Raad de herzieningsaanvraag gegrond, beveelt opschorting van de tenuitvoerlegging en verwijst de zaak naar het gerechtshof voor hernieuwde behandeling.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de herzieningsaanvraag gegrond en verwijst de zaak voor hernieuwde behandeling naar het gerechtshof.