ECLI:NL:PHR:2007:BA8512
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing wegens onjuiste strafmotivering en overschrijding redelijke termijn in bodemverontreinigingszaak
Deze zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarbij een rechtspersoon is veroordeeld voor het opzettelijk overtreden van een voorschrift uit de Wet Bodembescherming door het storten van betonpuin op eigen terrein.
De Hoge Raad constateert dat het hof ten onrechte heeft verwezen naar een eerdere veroordeling van de verdachte, terwijl de stukken geen bewijs daarvan bevatten. Dit heeft geleid tot een onbegrijpelijke strafmotivering. Daarnaast is vastgesteld dat de redelijke termijn voor de behandeling van het cassatieberoep met meer dan vier maanden is overschreden.
De feiten betreffen het storten van betonpuin tussen 24 en 29 juni 2002, waarbij het hof aannemelijk acht dat het puin afkomstig was van een sloopwerkzaamheden elders. Het verweer dat het puin een andere partij betrof wordt door de bewijsmiddelen weerlegd.
De Hoge Raad vernietigt het arrest uitsluitend ten aanzien van de strafoplegging en de motivering daarvan en wijst de zaak terug voor hernieuwde berechting. De overschrijding van de redelijke termijn leidt niet tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie.
Het beroep wordt voor het overige verworpen.
Uitkomst: Arrest van het hof wordt vernietigd en zaak terugverwezen voor nieuwe strafoplegging wegens onjuiste strafmotivering en overschrijding redelijke termijn.