ECLI:NL:PHR:2007:BA9621
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt duurzame ontwrichting huwelijk als grond voor echtscheiding
De man en vrouw zijn in 1975 getrouwd en zijn sinds oktober 2004 feitelijk gescheiden. De man verzocht in februari 2006 de rechtbank Amsterdam om echtscheiding wegens duurzame ontwrichting van het huwelijk. De rechtbank wees het verzoek toe ondanks het verzet van de vrouw. De vrouw ging in hoger beroep bij het hof Amsterdam, dat de uitspraak van de rechtbank bekrachtigde. Het hof stelde vast dat de man de echtscheiding handhaafde en geen herstel van de relatie wenste, en dat partijen al geruime tijd gescheiden leefden.
De vrouw stelde cassatie in bij de Hoge Raad en voerde onder meer aan dat het hof onvoldoende bewijs had gevraagd en buiten de rechtsstrijd trad door duurzame ontwrichting aan te nemen. De Hoge Raad verwierp deze klachten en oordeelde dat het hof terecht aannam dat het huwelijk duurzaam ontwricht was, mede gelet op het feitelijk gescheiden leven en de wens van de man om de samenleving niet te hervatten.
Verder wees de Hoge Raad de overige klachten van de vrouw af, waaronder het ontbreken van motivering door het hof en het vermeende misbruik van procesrecht door de man. De Hoge Raad bevestigde dat er geen verplichting bestaat om bij een echtscheidingsverzoek tevens een verzoek tot verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap in te dienen. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat het huwelijk duurzaam ontwricht is en wijst het cassatieberoep van de vrouw af.