ECLI:NL:PHR:2007:BB3318
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van aansprakelijkheid en dekking onder Landmateriaalverzekering en WAM bij bedrijfsongeval met hijskraan
In deze zaak staat centraal of eiseres aanspraak kan maken op dekking onder de Landmateriaalverzekering en/of de WAM-verzekering van Axa voor schade geleden door een werknemer na een bedrijfsongeval met een gehuurde hijskraan. De kraan werd bediend door een werknemer van een derde partij, betrokkene 2. Eiseres stelde dat zij als houder van de kraan medeverzekerde was en een eigen recht op schadevergoeding had.
De rechtbank en het hof oordeelden dat eiseres niet als benadeelde in de zin van art. 6 WAM Pro kon worden beschouwd, omdat zij geen betaling aan de benadeelde had verricht en zich niet had laten cederen. Verder werd geoordeeld dat de kraan op het moment van het ongeval niet als motorrijtuig in de zin van de WAM kon worden aangemerkt, omdat deze stationair was en slechts als hijskraan werd gebruikt. Ook werd vastgesteld dat eiseres, ondanks het huurcontract, niet als houder van de kraan kon worden beschouwd, omdat de feitelijke heerschappij bij betrokkene 2 lag.
In cassatie werd het oordeel van het hof bevestigd. De Hoge Raad stelde dat het rechtstreeks vorderingsrecht op grond van art. 6 lid 1 WAM Pro beperkt is tot aansprakelijkheid die onder de verplichte WAM-dekking valt, namelijk het verkeersrisico. Omdat de kraan geen motorrijtuig in de zin van de WAM was, ontbrak een wettelijk fundament voor een rechtstreekse vordering jegens de WAM-verzekeraar. Ook het begrip houder werd civielrechtelijk uitgelegd, waarbij feitelijke heerschappij en rechtsverhouding bepalend zijn. Het hof had dit oordeel niet onbegrijpelijk geacht.
De Hoge Raad verwierp het beroep en bekrachtigde het arrest van het hof, waarmee de vordering van eiseres werd afgewezen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseres wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bekrachtigd, waardoor haar vordering wordt afgewezen.