ECLI:NL:PHR:2007:BB3668
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Persoonlijke aansprakelijkheid feitelijk bestuurder voor niet-nakoming loonverplichtingen ontbonden vennootschappen
In deze zaak stond de persoonlijke aansprakelijkheid van de feitelijk bestuurder en vereffenaar van twee ontbonden vennootschappen, Confetti en [A], centraal. Verweerder had werkzaamheden verricht voor deze vennootschappen en stelde dat zij hun loonverplichtingen niet waren nagekomen. De kantonrechter had eerder vastgesteld dat er arbeidsovereenkomsten bestonden tussen verweerder en de vennootschappen, die echter niet aan hun betalingsverplichtingen hadden voldaan.
De rechtbank oordeelde dat eiser en zijn echtgenote alleen aansprakelijk waren indien hen persoonlijk een ernstig verwijt kon worden gemaakt. De rechtbank concludeerde dat eiser als feitelijk bestuurder ernstig persoonlijk verwijtbaar had gehandeld door geen deugdelijke loonadministratie te voeren en de vennootschappen niet aan hun verplichtingen te laten voldoen. De schadevergoeding werd gematigd vanwege omstandigheden zoals arbeidsongeschiktheid en ander werk van verweerder.
In hoger beroep werd het verweer van eiser dat de arbeidsovereenkomst zou bestaan met een tussenpersoon, gekwalificeerd als een bevrijdend verweer waarvan de bewijslast op hem rustte. Dit verweer faalde wegens gebrek aan bewijs. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en oordeelde dat eiser persoonlijk aansprakelijk was. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep, bevestigde de kwalificatie van het verweer en het oordeel over de persoonlijke aansprakelijkheid, en wees op het ontbreken van feitelijke grondslag voor de klachten van eiser.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de persoonlijke aansprakelijkheid van de feitelijk bestuurder voor het niet nakomen van loonverplichtingen door de ontbonden vennootschappen.