ECLI:NL:PHR:2007:BB3678
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beëindiging schuldsaneringsregeling wegens schulden en schending informatieplicht
De zaak betreft de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling van verzoekster op grond van het ontstaan van nieuwe schulden en het niet informeren van de bewindvoerder over een lening van ruim €6.000,- met verpanding van sieraden.
De rechtbank en het hof oordeelden dat verzoekster haar verplichtingen uit hoofde van de schuldsanering had geschonden door deze lening niet te melden en de bewindvoerder niet te informeren over de noodzaak tot inlossing of herbelening. Verzoekster voerde aan dat zij als gemachtigde van de erven handelde en niet zelf aansprakelijk was, maar dit werd niet onderbouwd in de feitelijke instanties.
Het hof vond dat verzoekster zwaarwegend verwijtbaar had gehandeld en dat er onvoldoende aanwijzingen waren ter ondersteuning van haar stellingen dat de sieraden en lening niet aan haar toebehoorden. Het hof wees ook het laattijdige aanbod tot het horen van getuigen af. De Hoge Raad concludeert dat het oordeel van het hof binnen de marges van de feitenrechter valt en verwerpt het cassatieberoep.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling wordt bevestigd.