ECLI:NL:PHR:2007:BB4206
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vaststelling kinderalimentatie en draagkracht van zelfstandig ondernemer
Partijen zijn gescheiden en het geschil betreft de vaststelling van kinderalimentatie ten behoeve van hun minderjarige kind. De man, een zelfstandig ondernemer met een verliesgevende onderneming, betwistte zijn draagkracht om de alimentatie te betalen. De rechtbank bepaalde dat hij €300 per maand moet bijdragen, wat door het hof werd bekrachtigd, waarbij werd geoordeeld dat de man zijn bedrijfsvoering kan aanpassen om meer inkomsten te genereren.
De man kwam in cassatie met drie klachten: dat alleen het feitelijk bedrijfsresultaat mag worden betrokken, dat de rechter niet op de stoel van de ondernemer mag gaan zitten, en dat het hof zich baseerde op niet in het proces-verbaal opgenomen verklaringen. De Hoge Raad verwierp deze klachten en bevestigde dat bij de draagkracht ook toekomstige redelijke inkomsten worden betrokken en dat de rechter een zekere beoordelingsruimte heeft zonder de ondernemer te dwingen tot specifieke bedrijfsvoering.
De Hoge Raad benadrukte dat de alimentatieplichtige ondernemer zich redelijkerwijs moet inspannen om bij te dragen aan de verzorging en opvoeding van het kind, en dat het aan hem is om aan te tonen waarom meer inkomsten niet haalbaar zijn. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de man wordt verworpen en de alimentatieplicht van €300 per maand blijft gehandhaafd.