ECLI:NL:PHR:2007:BB4758
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verdeling huwelijksgoederengemeenschap na echtscheiding met correctie rekening-courantschuld
Deze zaak betreft de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap tussen een man en vrouw na hun echtscheiding. De peildatum voor de verdeling was 1 augustus 2003. De man was werkzaam als advocaat via een praktijkvennootschap en hield aandelen in diverse B.V.'s. De vrouw vorderde een verdeling van de gemeenschap van goederen, waarbij zij onder meer bezwaar maakte tegen de verrekening van een rekening-courantschuld van de man aan zijn B.V.
De rechtbank had de verdeling vastgesteld waarbij de man een bedrag aan de vrouw moest betalen. Het hof vernietigde deels het vonnis en bepaalde dat de man een hoger bedrag aan de vrouw moest betalen, waarbij hij de rekening-courantschuld aan Tax Litigation Advocaten B.V. moest dragen. Het hof besloot dat bepaalde posten binnen de rekening-courantschuld niet voor de helft ten laste van de vrouw kwamen, omdat de man deze niet voldoende had onderbouwd.
De man stelde cassatie in tegen het oordeel van het hof, met name over de verrekening van de rekening-courantschuld en de waardering van aandelen. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep, bevestigde dat het hof terecht bepaalde posten buiten de verdeling had gelaten en dat dit geen verlaging van de waarde van de onderneming betekende, maar een correctie op de onderlinge draagplicht tussen partijen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de man wordt verworpen; het hof oordeelde terecht over de verdeling van de rekening-courantschuld en de huwelijksgoederengemeenschap.