ECLI:NL:PHR:2007:BB4776
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging machtiging voortgezet verblijf wegens niet-erkend psychiatrisch ziekenhuis
In deze zaak ging het om de vraag of de machtiging tot voortgezet verblijf van betrokkene rechtsgeldig was verleend, nu zij verbleef in de Eykman-kliniek te Den Dolder, een afdeling die niet als psychiatrisch ziekenhuis is erkend onder de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Wet Bopz).
De rechtbank had de machtiging verleend zonder duidelijk te maken welk psychiatrisch ziekenhuis bedoeld werd en had aangenomen dat de Eykman-kliniek als zodanig was aangemerkt. De Hoge Raad oordeelde dat dit onjuist was, aangezien de Eykman-kliniek niet voorkomt in de officiële lijst van erkende psychiatrische ziekenhuizen en dat machtigingen tot voortgezet verblijf alleen kunnen worden verleend indien de betrokkene in een erkend psychiatrisch ziekenhuis verblijft.
Daarnaast werd besproken dat de machtiging niet kan worden verleend op grond van een voorwaardelijk ontslag buiten een psychiatrisch ziekenhuis, aangezien de wet sinds 1 januari 2004 geen ruimte meer biedt voor zogenaamde 'paraplumachtigingen'.
De Hoge Raad vernietigde daarom de beschikking en verwees de zaak terug naar de rechtbank te Utrecht voor verdere behandeling, mede met het oog op mogelijke toepassing van art. 8a Wet Bopz.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigde de machtiging tot voortgezet verblijf omdat betrokkene verbleef in een niet als psychiatrisch ziekenhuis erkende instelling.