ECLI:NL:PHR:2007:BB4955
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt strafoplegging wegens onduidelijke motivering omtrent mutaties geweldsincidenten
Verdachte is door het hof veroordeeld wegens mishandeling van een persoon in Rotterdam op 26 november 2005. Het hof legde een werkstraf van 60 uur, subsidiair 30 dagen hechtenis, en een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden op. Bij de strafoplegging heeft het hof rekening gehouden met mutaties in het dossier over eerdere geweldsincidenten van verdachte, waaronder geweld tegen zijn echtgenote en een incident waarbij hij zijn zoontje bij de keel zou hebben gegrepen.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof deze mutaties niet had mogen meewegen zonder dat deze strafbare feiten ad informandum waren toegevoegd en erkend door verdachte. Bovendien ontbrak een nadere motivering over hoe deze mutaties een nadere uitwerking zouden zijn van de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde feit is begaan of van de persoonlijke omstandigheden van verdachte.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest voor wat betreft de strafoplegging en verwijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting. De overige onderdelen van het arrest blijven in stand. De conclusie benadrukt het belang van een duidelijke en begrijpelijke motivering bij het meewegen van strafbare feiten die niet ten laste zijn gelegd.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd voor wat betreft de strafoplegging en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.