ECLI:NL:PHR:2007:BB5078
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geldigheid en zorgplicht bank bij terugboeking oninbare cheques
De zaak betreft een geschil tussen ABN AMRO en een rekeninghouder over de terugboeking van bedragen die waren bijgeschreven op basis van cheques die niet konden worden geïncasseerd. De bank had bedragen bijgeschreven onder de voorwaarde "onder gewoon voorbehoud" en deze later teruggeboekt toen bleek dat de cheques niet konden worden geïncasseerd.
De rekeninghouder stelde dat de bank onrechtmatig had gehandeld door terugboeking en dat de toepasselijke bepaling in de algemene voorwaarden onredelijk bezwarend was. Tevens werd een schending van de zorgplicht door de bank aangevoerd. Zowel de rechtbank als het hof verwierpen deze stellingen en veroordeelden de rekeninghouder tot betaling van het teruggeboekte bedrag.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof dat de bank niet tekort is geschoten in haar zorgplicht en dat de bepaling in de algemene voorwaarden niet onredelijk bezwarend is. De bank mag creditering onder voorbehoud doen en terugboeken indien de tegenwaarde niet wordt ontvangen. De stellingen van de rekeninghouder werden verworpen, mede omdat hij geen schade had gesteld of gevorderd.
Het arrest verduidelijkt dat onduidelijkheid in een bepaling niet automatisch leidt tot onredelijkheid en dat het Haviltex-criterium van toepassing is bij de uitleg van algemene voorwaarden. De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep van de rekeninghouder grotendeels ongegrond en verklaarde de echtgenote niet-ontvankelijk.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de bank terecht de bedragen heeft teruggeboekt en dat de algemene voorwaarde niet onredelijk bezwarend is.