ECLI:NL:PHR:2007:BB6187
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing loonvordering wegens onvoldoende bewijs arbeidsongeschiktheid werknemer
In deze zaak stond centraal of de werknemer, werkzaam bij de werkgever sinds 1991, arbeidsongeschikt was van 1 april 2001 tot 1 februari 2002, periode waarin de werkgever het loon stopzette. De werknemer had zich ziek gemeld en diverse medische verklaringen overgelegd die zijn arbeidsongeschiktheid ondersteunden. De kantonrechter wees de loonvordering toe, maar het hof vernietigde dit en wees de vordering af na toelating van tegenbewijs door de werkgever, waaronder getuigenverklaringen van bedrijfsartsen en een bedrijfsverpleegkundige.
De werknemer stelde in cassatie dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom de getuigenverklaringen prevaleerden boven de deskundigenrapporten waarop hij zich baseerde. De Hoge Raad oordeelde dat het hof zijn bewijswaardering voldoende had gemotiveerd en dat het tegenbewijs van de werkgever, bestaande uit verklaringen van deskundigen met ruime ervaring, het voorshands bewezen bewijs van arbeidsongeschiktheid had ontzenuwd.
De Hoge Raad verwierp ook de klacht dat het hof ten onrechte het verzoek van de werknemer tot benoeming van een getuige-deskundige had gepasseerd en bevestigde de proceskostenveroordeling tegen de werknemer. Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee het arrest van het hof stand hield en de loonvordering werd afgewezen.
Uitkomst: De loonvordering van de werknemer wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van arbeidsongeschiktheid.