ECLI:NL:PHR:2007:BB6193
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad beslist over verzwijging bij levensverzekering en devolutieve werking van hoger beroep
In deze zaak staat centraal of de echtgenoot van verweerster bij het aanvragen van een levensverzekering onjuiste gezondheidsverklaringen heeft ingevuld, waardoor de verzekeraar Ennia zich op verzwijging kan beroepen. De echtgenoot vulde vragen over dieetadvies en hart- en vaatziekten met 'nee' in, terwijl de huisarts een iets verhoogde bloeddruk constateerde en dieetadvies gaf. Na overlijden aan een hartinfarct weigerde Ennia uitkering van het verzekerd bedrag.
De rechtbank wees het beroep op verzwijging toe, maar het hof vernietigde dit en oordeelde dat de vragen niet onjuist waren beantwoord. Het hof veroordeelde Ennia tot betaling van het volledige verzekerd bedrag, vermeerderd met rente. Ennia kwam in cassatie met het verweer dat het verzekerd bedrag inclusief het reeds uitgekeerde spaardeel was, waardoor slechts het verschil verschuldigd zou zijn.
De Hoge Raad stelt vast dat de echtgenoot de vragen naar redelijke uitleg mocht beantwoorden met 'nee', omdat het advies van de huisarts een algemeen gezondheidsadvies betrof en de lichte hypertensie geen aandoening in de zin van de polis was. Tevens oordeelt de Hoge Raad dat het hof ten onrechte het verweer over het spaardeel buiten beschouwing liet en dat de zaak zelf moet worden afgedaan met betaling van het verzekerd bedrag minus het reeds uitgekeerde spaardeel.
Uitkomst: De Hoge Raad veroordeelt Ennia tot betaling van het verzekerd bedrag minus het reeds uitgekeerde spaardeel.