5. Uit de stukken van het geding blijkt het volgende:
- op 24 november 2004 is verdachte terzake parketnummer 09/073867-04 door de Politierechter bij verstek veroordeeld terzake van 1. "overtreding van artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994" en 2. "overtreding van artikel 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994" tot een geldboete van €800 subsidiair 16 dagen hechtenis alsmede twee weken gevangenisstraf met ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van zes maanden;
- in het dossier bevinden zich vervolgens twee aan elkaar geniete aktes van uitreiking met betrekking tot bedoeld vonnis met parketnummer 09/073867-04:
* een akte van uitreiking (kort vóór de uitreiking naar een penitentiaire inrichting (?) gefaxt door de Politie Heemstraat te Den Haag) inhoudende dat op 16 februari 2006 door verbalisant/inrichtingsmedewerker [verbalisant 1] in persoon aan verdachte, met als adres [b-straat 1] te [plaats A], mededeling is gedaan van bedoeld vonnis, welke akte is ondertekend door zowel de verbalisant/inrichtingsmedewerker als verdachte, en
* een akte van uitreiking inhoudende dat op 23 februari 2006 door verbalisant/inrichtingsmedewerker [verbalisant 2], adm. Ambtenaar, Lelystad (aldus een op de akte gedrukt stempel), in persoon aan verdachte, waarbij geen adres of woonplaats is vermeld, mededeling is gedaan van bedoeld vonnis, welke akte enkel is ondertekend door verdachte en niet door de verbalisant/inrichtingsmedewerker; op deze akte is met de hand genoteerd "8-3-06 appèl". Verdachte heeft vanuit de P.I. Lelystad hoger beroep ingesteld;
- aan de akte instellen rechtsmiddel waarin verdachte hoger beroep instelt tegen het vonnis van de Politierechter is een (op 8 maart 2006 per fax bij de griffie van de Rechtbank ingekomen) verklaring als bedoeld in art. 451a, eerste lid, Sv gehecht inhoudende dat verdachte op 8 maart 2006 hoger beroep heeft ingesteld; voorts is daaraan een verklaring van de directeur van de P.I. Lelystad gehecht inhoudende dat een aan hem gerichte verklaring d.d. 07/03/2006 (!) op 8 maart 2006 is ingeschreven in het register als bedoeld in art. 451a, tweede lid, Sv;
- nadere bestudering van de originelen van de verklaring van verdachte en de verklaring van de directeur maakt duidelijk dat in beide verklaringen met tippex (correctievloeistof) is gewerkt:
* in de verklaring van de verdachte zijn het parketnummer en de datum met de hand gecorrigeerd; bij het tegen het licht houden van de verklaring valt te ontcijferen dat bij het parketnummer oorspronkelijk 09-073867-04 getypt stond en bij de datum oorspronkelijk 07/03/2006. Het parketnummer is dus niet gewijzigd, de datum wel;
* in de verklaring van de directeur is tot drie keer toe de datum gecorrigeerd en eenmaal het parketnummer; bij de datum stond iedere keer oorspronkelijk 07/03/2006 getypt en bij het parketnummer hetzelfde nummer als er vervolgens handgeschreven overheen is gezet. Kennelijk is per abuis in deze verklaring de datum 07/03/2006 niet gecorrigeerd in de openingszin "Hierbij doe ik u toekomen een aan mij gerichte schriftelijke verklaring d.d. 07/03/2006 (...)";
- in het dossier bevindt zich een dagvaarding in hoger beroep van verdachte die getracht is te betekenen op de [a-straat 1] te [woonplaats], hetgeen niet gelukt is; vervolgens is deze dagvaarding op 8 mei 2006 aan de griffier uitgereikt omdat de verdachte geen bekende woon- of verblijfplaats zou hebben.
- ter terechtzitting van het Hof van 6 juli 2006 wordt de zaak vervolgens voor bepaalde tijd - tot 3 augustus 2006 - aangehouden, omdat niet getracht is de dagvaarding te betekenen op het adres [b-straat 1] te [plaats A], waar, aldus het Hof, "de mededeling uitspraak aan de verdachte op 16 februari 2006 is betekend";
- er bevinden zich drie - op 20 juli 2006 uitgegane - oproepingen voor de zitting in hoger beroep van 3 augustus 2006 onder de stukken: één met als adres "zonder vaste woon- of verblijfplaats", één met als adres [a-straat 1] te [woonplaats], en één met als adres [b-straat 1] te [plaats A]. Alleen aan de "zonder vaste woon- of verblijfplaats"-oproeping is een akte van uitreiking gehecht (datum 20 juli 2006); van de andere oproepingen blijkt niet van een (poging tot) uitreiking;
- blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting van 3 augustus 2006 is verdachte daar niet verschenen en het proces-verbaal vermeldt als adres van verdachte een ander adres, nl. [c-straat 1] te [woonplaats]. Dit was - naar in cassatie kan worden vastgesteld(1) - het toenmalige GBA-adres van verdachte. In het dossier bevindt zich geen oproeping met dat adres. Het Hof merkt niets op over de oproepingen en verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in zijn beroep.