ECLI:NL:PHR:2007:BB6372

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
27 november 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
00243/07 H
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 467 SvArt. 457 SvArt. 4.39 Vreemdelingenbesluit 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Herziening wegens persoonsverwisseling bij veroordeling diefstal en vals reisdocument

De politierechter te Roermond veroordeelde aanvrager bij verstek op 6 juni 2005 voor diefstal en het bezit van een vals reisdocument tot vier weken gevangenisstraf. Daarnaast werd aanvrager door de kantonrechter veroordeeld voor overtreding van het Vreemdelingenbesluit 2000 tot een geldboete van €1050, subsidiair 21 dagen hechtenis. De feiten vonden plaats op 4 januari 2005.

Namens aanvrager werd herziening gevraagd op grond van een persoonsverwisseling, die destijds onbekend was. Een aanvullend proces-verbaal van de Koninklijke Marechaussee toonde aan dat de vingerafdrukken van de aangehouden persoon in 2005 niet overeenkwamen met die van aanvrager, wat het vermoeden van persoonsverwisseling bevestigt.

De Hoge Raad oordeelt dat, indien de rechtbanken destijds van deze feiten op de hoogte waren geweest, aanvrager waarschijnlijk vrijgesproken zou zijn. Daarom verklaart de Hoge Raad de herziening gegrond, beveelt opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van de vonnissen en verwijst de zaak naar het gerechtshof te 's-Hertogenbosch voor behandeling conform art. 467 Sv Pro.

Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de herzieningsaanvraag gegrond en verwijst de zaak naar het gerechtshof voor verdere behandeling.

Conclusie

Nr. 00243/07 H
Mr. Fokkens
Zitting: 2 oktober 2007
Conclusie inzake:
[aanvrager]
1. De politierechter te Roermond heeft aanvrager bij onherroepelijk vonnis van 6 juni 2005 bij verstek veroordeeld wegens 1. "diefstal" en 2. "in het bezit zijn van een reisdocument, waarvan hij weet dat het vals is" tot een gevangenisstraf voor de duur van vier weken. Voorts is aanvrager door de kantonrechter in de Rechtbank te Roermond veroordeeld wegens "overtreding van art. 4.39 van het Vreemdelingenbesluit 2000" tot een geldboete van €1050,=, subsidiair 21 dagen hechtenis. De feiten waarvoor aanvrager is veroordeeld zijn alle gepleegd op 4 januari 2005
2. Namens aanvrager heeft mr. R.M. Berendsen, advocaat te Amsterdam, herziening gevraagd van het vonnis van de politierechter en het vonnis van de kantonrechter op de grond dat er van een persoonsverwisseling sprake zou zijn geweest. Dit was niet bekend ten tijde van de berechting.
3. Als bijlage bij de aanvraag is onder meer een aanvullend proces-verbaal van de Koninklijke Marechaussee d.d. 31 mei 2006 gevoegd waaruit op te maken valt dat (i) op 28 april 2006 de vingerafdrukken zijn afgenomen van aanvrager, en dat (ii) na vergelijking de vingerafdrukken van diegene die in 2005 onder de personalia van aanvrager was aangehouden niet overeenkomen met de vingerafdrukken van aanvrager.
4. Weliswaar staat in het aanvullend proces-verbaal van de Koninklijke Marechaussee niet vermeld op welke datum in 2005 de vingerafdrukken zijn afgenomen van de persoon die de personalia van aanvrager heeft opgegeven, maar gelet op de overige omstandigheden die uit het dossier kunnen worden afgeleid, hoeft er niet getwijfeld aan te worden dat dit de vingerafdrukken betroffen van de persoon die op 4 januari 2005 was aangehouden en toen de personalia van aanvrager heeft opgegeven.
5. Uit het dossier kan het volgende worden afgeleid. Op 4 januari 2005 wordt een persoon aangehouden op verdenking van diefstal. Bij zijn aanhouding geeft hij als naam op: [aanvrager], geboren op [geboortedatum] 1976 te [geboorteplaats], zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland. Deze [aanvrager] heeft, na over te zijn gedragen aan de Vreemdelingendienst, een op zijn naam gesteld paspoort in zijn woning opgehaald. Het door deze [aanvrager] getoonde paspoort bleek vervalst te zijn, aangezien de houderpagina was vervangen. Op 4 januari 2005 zijn tevens foto's gemaakt en vingerafdrukken afgenomen van deze [aanvrager]. Vervolgens is deze [aanvrager] op 20 april 2005 uitgezet naar Nigeria onder de naam [aanvrager].(1)
6. Op 3 december 2005 is bij uitreis via Schiphol het bij verstek gewezen vonnis van de politierechter van 6 juni 2005 aan aanvrager in persoon uitgereikt. Naar aanleiding van deze mededeling heeft aanvrager (kennelijk) geen actie ondernomen, aangezien hij vervolgens op 24 april 2006 op Schiphol is aangehouden en ter executie van het vonnis van de politierechter is ingesloten. Tevens is op deze dag het bij verstek gewezen vonnis van de kantonrechter van 9 februari 2006 aan aanvrager in persoon uitgereikt. Op 28 april 2006 is aanvrager in vrijheid gesteld. Uit een brief van de advocaat van aanvrager gericht aan de officier van justitie van 25 april 2006 kan voorts nog worden afgeleid dat aanvrager in 2004 aangifte of melding zou hebben gedaan in het Verenigd Koninkrijk van vermissing of diefstal van een reisdocument.
7. De inhoud van het bij de aanvrage overgelegde aanvullend proces-verbaal geeft steun aan de stelling waarop de aanvrage berust, te weten dat in de de zaken die leidden tot de uitspraken waarvan herziening is gevraagd, sprake is geweest van een persoonsverwisseling. Een en ander levert het ernstig vermoeden op dat de politierechter en de kantonrechter, indien zij met de evenvermelde feiten en omstandigheden bekend waren geweest, de aanvrager van het hem tenlastelegde zouden hebben vrijgesproken.
8. Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad de aanvrage gegrond zal verklaren, voorzover nodig de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van de in de aanvrage vermelde uitspraken zal bevelen en de zaak zal verwijzen naar het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, opdat de zaak zal worden behandeld en afgedaan op de wijze als in art. 467, eerste lid, Sv is voorzien.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
1 Uit een proces-verbaal van bevindingen van de regiopolitie Limburg-Noord van 18 mei 2005 dat zich in het kantondossier bevindt, volgt dat deze [aanvrager] zou zijn uitgezet naar Guinee. Nu dit voor de beoordeling van de onderhavige zaak verder niet van belang is, laat ik dit punt rusten.