ECLI:NL:PHR:2007:BB6946
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Nietigheid cassatiedagvaarding wegens ontbreken verplichte aanzegging bij verstekverlening
In deze zaak stond centraal de vraag of verstek kon worden verleend tegen meerdere gedaagden in cassatie, terwijl in de dagvaarding niet de wettelijk voorgeschreven aanzegging van het rechtsgevolg bij niet-verschijnen was opgenomen. Het geschil betrof een vordering tot ontruiming van een huurwoning, waarbij eiseres tot cassatie niet ontvankelijk was verklaard omdat zij niet meer bestond ten tijde van de procedure.
De dagvaarding in cassatie werd uitgebracht zonder de in artikel 111, lid 2, sub j Rv voorgeschreven aanzegging, die vereist is wanneer meerdere gedaagden worden gedagvaard. De Hoge Raad stelde vast dat het ontbreken van deze aanzegging de dagvaarding nietig maakt, waardoor verstekverlening niet kan plaatsvinden.
De Hoge Raad verwees naar de wetsgeschiedenis en de wijzigingen in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering die de verplichtingen omtrent aanzeggingen bij dagvaardingen in cassatie regelen. Op grond van artikel 121 Rv Pro dient in geval van nietigheid de eiser een nieuwe roldatum te krijgen en de dagvaarding met herstel van het gebrek aan de gedaagde aan te zeggen.
De conclusie luidde dat de dagvaarding nietig is en dat de rechter een nieuwe roldatum moet bepalen, waarbij eiseressen tot cassatie verplicht worden het herstel van het gebrek in de dagvaarding aan te brengen en aan te zeggen. Hierdoor kan de procedure op correcte wijze worden voortgezet.
Uitkomst: De cassatiedagvaarding is nietig verklaard wegens ontbreken van verplichte aanzegging, waardoor geen verstek kan worden verleend en een nieuwe roldatum met herstel wordt gelast.