ECLI:NL:PHR:2007:BB7045
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling draagkracht en alimentatie bij echtscheiding met aandacht voor verwijtbaarheid en redelijkheid
In deze zaak gaat het om de alimentatieverplichting van de man aan de vrouw na hun echtscheiding. De vrouw had een alimentatie van €3.400 per maand gevorderd uitgaande van het netto-inkomen van de man van ruim €6.000 per maand. De rechtbank stelde de alimentatie vast op €2.094 bruto per maand, waarbij zij rekening hield met het verwijt dat de vrouw geen volledige uitkering ontving. Het hof verlaagde de alimentatie tot €1.267 per maand, mede vanwege het verwijt dat de vrouw geen volledige uitkering ontving en rekening houdend met het fiscale regime in België.
De vrouw stelde cassatieberoep in tegen deze beslissing. De Hoge Raad behandelde diverse middelen, waaronder de vraag of het hof ten onrechte gewicht had toegekend aan het niet deelnemen aan mediation en het niet tijdig aanvoeren van argumenten. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten niet ontvankelijk waren of niet slaagden, en dat het hof voldoende had gemotiveerd waarom het van de rechtbank was afgeweken.
Daarnaast gaf de Hoge Raad een belangrijke overweging over de beoordeling van draagkracht en behoefte bij alimentatie. Hierbij kan een inkomensvermindering door eigen verwijtbaarheid onder omstandigheden buiten beschouwing blijven, mits herstel van het oorspronkelijke inkomen redelijkerwijs mogelijk is. Ook mag de alimentatiegerechtigde niet onevenredig worden benadeeld door eigen gedragingen die tot inkomensvermindering hebben geleid. De Hoge Raad concludeerde tot verwerping van het cassatieberoep.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de vrouw wordt verworpen en de alimentatie wordt vastgesteld op €1.267 per maand.