2.6 Middel 4 keert zich tegen r.o. 4.10, r.o. 4.11 en r.o. 4.12 waarin het hof is ingegaan op de facturen waarvan [eiseres] betaling heeft gevorderd.
Zoals meermalen is aangehaald, heeft het hof in r.o. 4.10 geoordeeld dat Imago zich blijkens haar conclusie van antwoord op het standpunt heeft gesteld dat van de gefactureerde 183 uren in ieder geval 40 uren geacht kunnen worden declarabel te zijn en mitsdien voor vergoeding in aanmerking kunnen komen. Aangezien dit, zo begrijpt het hof, werkzaamheden betreft aangaande lopende opdrachten voortvloeiend uit de managementovereenkomst, dienen deze uren - gelet op de gevoerde emailcorrespondentie en het gespreksverslag van 30 september 2002 - tegen het uurtarief zoals overeengekomen in de voordien geldende managementovereenkomst door Imago te worden voldaan. Geklaagd wordt dat Imago bij memorie van grieven niet heeft gesteld hoeveel van de door [betrokkene 1] gewerkte uren zij kan erkennen als uren die voor vergoeding in aanmerking komen. Ook bij pleidooi heeft Imago daar niets over gezegd, aldus het middel.
Deze klacht faalt nu zij uit het oog verliest dat het hoger beroep devolutieve werking heeft. Dit houdt (onder meer) in dat in eerste aanleg aan de orde gestelde maar nog niet behandelde punten door de appèlrechter moeten worden behandeld, voor zover het hoger beroep de toewijsbaarheid van de vordering opnieuw aan de orde stelt. Gelet op het feit dat Imago blijkens de memorie van grieven het volledige procesdossier in eerste aanleg in het geding heeft gebracht met het verzoek de stukken (waaronder de conclusie van antwoord) als geheel en al herhaald en ingelast te beschouwen, heeft Imago haar in de conclusie van antwoord ingenomen stelling dat slechts 40 uren van de verrichte werkzaamheden voor vergoeding in aanmerking kunnen komen, niet prijsgegeven, zodat het hof terecht deze stelling in zijn oordeelsvorming heeft betrokken.
In r.o. 4.11 heeft het hof overwogen dat Imago de facturen voor het overige heeft betwist. Zij heeft onder meer aangevoerd, zo stelt het hof, dat [betrokkene 1] acquisitiewerkzaamheden bij oude klanten deed waarvoor op dat moment niet gewerkt werd en door [eiseres] ten onrechte zijn aangemerkt als werkzaamheden ten behoeve van lopende projecten. Imago betwist dat door [eiseres] gefactureerde werkzaamheden konden worden doorberekend aan klanten. Bovendien voert Imago aan dat [eiseres] ten onrechte projecten tweemaal opgaf en dus een dubbele boekhouding voerde.
In r.o. 4.12 heeft het hof gesteld dat tegenover deze gemotiveerde betwisting van Imago [eiseres] verzuimd heeft haar stelling dat de facturen zien op louter werkzaamheden ten behoeve van lopende opdrachten bij klanten, met voldoende concrete feiten en omstandigheden te onderbouwen. Ook voor het overige biedt hetgeen [eiseres] naar voren heeft gebracht volgens het hof onvoldoende grondslag voor de vordering zoals deze door haar is ingesteld. Dat betekent, zo vervolgt het hof, dat de vordering, voor zover deze niet is erkend, als te vaag en onvoldoende onderbouwd dient te worden afgewezen.
Volgens middel 4 heeft het hof verzuimd te onderzoeken welke werkzaamheden [betrokkene 1] heeft verricht en aan Imago in rekening heeft gebracht. De (betwiste) nota's waren het hof bekend. Uit het emailverkeer en de gedingstukken in eerste aanleg zou blijken dat partijen uitvoerig over de aard van het door [betrokkene 1] te verrichten en verrichte werk hebben gesproken. Het hof zou hierover geen beslissing hebben genomen, maar zou zijn opgehouden bij de vaststelling dat 40 uren onbetwist zijn. Geklaagd wordt dat het onbegrijpelijk is dat het hof deze materie niet verder heeft onderzocht, nu aanstonds uit de facturen zou blijken dat de in rekening gebrachte werkzaamheden niet uitsluitend niet door te belasten werkzaamheden betreffen.
Het middel kan niet tot cassatie leiden, nu het miskent dat het hof van oordeel is dat [eiseres] haar stelling dat de facturen zien op werkzaamheden ten behoeve van lopende opdrachten bij klanten, onvoldoende heeft onderbouwd zodat voor de beoordeling van de vordering niet relevant is welke werkzaamheden [betrokkene 1] meer concreet zou hebben verricht.