ECLI:NL:PHR:2007:BB7177
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Geschil over betaling van werkzaamheden na afloop managementovereenkomst
Imago Nederland B.V. en [A] B.V. sloten op 26 maart 2002 een overeenkomst waarbij de directeur van [A], [betrokkene 1], managementwerkzaamheden voor Imago zou verrichten tot 30 juni 2002. Een managementovereenkomst tussen Imago en eiseres regelde de aard van de werkzaamheden en vergoeding. Na 30 juni 2002 werden geen nieuwe afspraken gemaakt, maar [betrokkene 1] bleef werkzaamheden verrichten tot februari 2003.
Eiseres vorderde betaling van facturen voor werkzaamheden van augustus 2002 tot februari 2003. Imago betwistte dat deze werkzaamheden volgens het oude contractuele regime mochten worden gefactureerd, omdat na 30 juni 2002 geen overeenstemming was over aard en vergoeding van de werkzaamheden. Het hof oordeelde dat slechts 40 uren voor lopende opdrachten tegen het oude tarief vergoed moesten worden, en wees de rest van de vordering af wegens onvoldoende onderbouwing.
De Hoge Raad verwierp de cassatiemiddelen van eiseres, bevestigde dat er geen gerechtvaardigd vertrouwen was op declaratie volgens het oude contract na 30 juni 2002, maar dat lopende opdrachten wel tegen het oude tarief vergoed moesten worden. Het hof had terecht geoordeeld dat de overige facturen onvoldoende waren onderbouwd en dat het hof niet buiten de rechtsstrijd mocht treden door ambtshalve een redelijk loon vast te stellen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; slechts een deel van de gevorderde facturen wordt vergoed.