ECLI:NL:PHR:2007:BB7671
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens onvoldoende motivering afwijzing verzoek aanhouding rechtsbijstand
De verdachte was bij verstek veroordeeld en stelde te laat hoger beroep in. Hij verzocht om aanhouding van de behandeling van het hoger beroep om zich van rechtsbijstand te kunnen voorzien. Het Hof wees dit verzoek af met de motivering dat de verdachte bekend was met de zittingsdatum en geen verdere onderbouwing gaf voor het verzoek.
De Hoge Raad oordeelt dat het Hof onvoldoende heeft gemotiveerd dat de verdachte een reële gelegenheid heeft gehad om rechtsbijstand te zoeken. Gezien het belang van rechtsbijstand onder art. 6 lid 3 sub c EVRM Pro, en het feit dat de verdachte de Nederlandse taal niet goed machtig is en het rechtssysteem niet kent, is het niet aannemelijk dat hij zonder rechtsbijstand adequaat kon procederen.
Voorts wijst de Hoge Raad erop dat het verzoek om aanhouding mogelijk wel gehonoreerd had kunnen worden en dat een raadsman nog onderzoek had kunnen doen naar de reactie op dat verzoek. Daarom is het niet uitgesloten dat de niet-ontvankelijkheid in hoger beroep niet standhoudt.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak terug voor hernieuwde behandeling van het hoger beroep.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest en verwijst zaak terug wegens onvoldoende motivering afwijzing verzoek aanhouding rechtsbijstand.