ECLI:NL:PHR:2008:AX6292
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over aftrek omzetbelasting bij carrouselfraude en goede trouw afnemer
Deze zaak betreft een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd aan X B.V. vanwege betrokkenheid bij een carrouselfraude met autobanden. De goederen werden daadwerkelijk geleverd van Duitsland naar België, maar via een keten van Nederlandse en Engelse bedrijven gefactureerd. X B.V. bracht de door B B.V. gefactureerde BTW in aftrek, terwijl B B.V. deze BTW op aangifte had voldaan. De Inspecteur corrigeerde deze aftrek wegens wetenschap van het frauduleuze karakter van de transacties.
Het Hof Den Haag oordeelde dat de leveringen niet in Nederland plaatsvonden en dat X B.V. en andere schakels volledig op de hoogte waren van de fraude. Het beroep van X B.V. op de resolutie van 1986 en het vertrouwensbeginsel werd verworpen. De Hoge Raad bevestigt dat de bewijslast rust op de belastingplichtige en dat artikel 32 Wet Pro OB niet leidt tot een vermoeden van levering in Nederland indien andere wettelijke bepalingen dat uitsluiten.
De Hoge Raad bespreekt uitgebreid de jurisprudentie van het HvJ EG, waarin het beginsel van neutraliteit van de BTW centraal staat en aftrek niet mag worden geweigerd aan ondernemers die niet van de fraude wisten of konden weten. Voor ondernemers die wel op de hoogte zijn en voordeel trekken uit de fraude geldt het aftrekverbod. De Hoge Raad constateert dat het Hof terecht oordeelde dat X B.V. op de hoogte was, maar erkent dat het EG-rechtelijke criterium van goede trouw mogelijk niet doorslaggevend is. Daarom beveelt de Procureur-Generaal aan het arrest van het HvJ EG in de zaken Kittel en Recolta af te wachten.
Verder oordeelt de Hoge Raad dat het Hof terecht het bewijsaanbod van X B.V. heeft gepasseerd, omdat de aangeboden feiten niet ter zake dienend waren tegen de achtergrond van het bewijs van wetenschap en fraude. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt vanwege de kwade trouw van X B.V. De plaats van levering is correct vastgesteld op buiten Nederland, en het nultarief is niet van toepassing in deze procedure.
Samenvattend bevestigt de Hoge Raad dat aftrek van BTW kan worden geweigerd bij wetenschap van fraude, ook als de leverancier de BTW heeft voldaan, maar dat het EG-rechtelijke criterium van goede trouw mogelijk aan heroverweging toe is. Daarom wordt aanbevolen het HvJ EG-arrest af te wachten alvorens definitief te beslissen.
Uitkomst: De naheffingsaanslag omzetbelasting is terecht opgelegd aan X B.V. vanwege kennis van BTW-fraude, maar het HvJ EG-arrest wordt afgewacht voor definitieve beoordeling van het goede trouw criterium.