ECLI:NL:PHR:2008:AY5990
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over toepassing artikel 29 Wet OB bij betalingsregeling en schuldvernieuwing
Belanghebbende had betalingsregelingen getroffen met A B.V. en Senior voor openstaande schulden voortvloeiend uit leveringen waarop omzetbelasting was geheven. De vraag was of deze regelingen schuldvernieuwing vormden, waardoor artikel 29, tweede lid, Wet OB niet van toepassing zou zijn, of dat het ging om nadere betalingsafspraken waarbij artikel 29 wel Pro van toepassing is.
Het Hof verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond en oordeelde dat geen sprake was van schuldvernieuwing. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en benadrukt dat schuldvernieuwing alleen aan de orde is indien partijen ondubbelzinnig afspreken dat de oorspronkelijke verbintenis wordt vervangen door een nieuwe. Uit de feiten en verklaringen blijkt dat partijen juist de oorspronkelijke verbintenis wilden handhaven.
Daarnaast bespreekt de Hoge Raad de toepassing van artikel 29 in Pro samenhang met de Zesde richtlijn en het beginsel van belastingneutraliteit. De Hoge Raad stelt dat de tweejaarstermijn voor naheffing niet wordt opgeschort door betalingsregelingen en dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd. Wel wordt opgemerkt dat het naheffingstijdvak voor Schuld A onjuist is vermeld, wat ambtshalve kan worden gecorrigeerd.
De conclusie is dat de naheffingsaanslag voor Schuld A moet worden vernietigd wegens onjuistheid van het tijdvak, maar voor Schuld B in stand blijft. Het beroep wordt ambtshalve deels gegrond verklaard en deels verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt ambtshalve de naheffingsaanslag voor Schuld A wegens onjuistheid van het naheffingstijdvak, maar verklaart het beroep voor het overige ongegrond.