ECLI:NL:PHR:2008:AZ4335
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Indeling van alcoholhoudende mixdranken in gecombineerde nomenclatuur voor accijnsdoeleinden
X B.V., producent van alcoholhoudende dranken, betwistte naheffingsaanslagen accijns opgelegd door de Inspecteur vanwege de indeling van haar producten onder tariefpost 2208 in plaats van 2206 van de Gecombineerde Nomenclatuur (GN). De producten bevatten zowel gegiste als gedistilleerde alcohol, waarbij het aandeel gedistilleerde alcohol dominant was. Tot 1 januari 2003 werden deze producten onder tariefpost 2206 ingedeeld, maar de Staatssecretaris wijzigde het beleid en stelde dat dergelijke mengsels primair onder tariefpost 2208 vallen tenzij het karakter van gegiste drank behouden blijft.
Het Hof Arnhem bevestigde het standpunt van de Inspecteur en wees het beroep van belanghebbende af. Het Hof baseerde zich op de tekst van de GN, de GS-toelichting, en jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, waarbij objectieve kenmerken zoals oorsprong, wijze van vervaardiging, organoleptische eigenschappen en alcoholpercentage bepalend zijn voor de indeling. Belanghebbende voerde aan dat het Hof onterecht de herkomst van de alcohol als doorslaggevend heeft beschouwd en onvoldoende rekening hield met andere kenmerken, maar deze middelen faalden.
De Hoge Raad concludeert dat de indeling onder tariefpost 2208 terecht is, omdat het alcoholpercentage gedistilleerde alcohol het wezenlijke karakter van de drank bepaalt. De beleidsregels van de Staatssecretaris, die een uitzondering maken voor dranken met meer dan 50% gegiste alcohol, zijn in lijn met de GN en GS-toelichting. Daarnaast is geen sprake van ongelijke behandeling van gelijksoortige producten, noch van schending van het gelijkheidsbeginsel. De overgangstermijn van het gewijzigde beleid is eveneens passend geacht.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de alcoholhoudende mixdranken van belanghebbende terecht onder tariefpost 2208 zijn ingedeeld.